Naar de inhoud

denatureren

het voor menselijke consumptie ongeschikt maken

denatureren

werkwoord

Betekenis

  1. het voor menselijke consumptie ongeschikt maken
  2. het verlies van de ruimtelijke structuur van bepaalde stoffen, zoals een eiwit of een nucleïnezuur, waardoor eigenschappen en werking vaak sterk veranderen

Vervoeging van denatureren

denaturerenhele werkwoord — denatureerdeverleden tijd enkelvoud — denatureerdenverleden tijd meervoud — gedenatureerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik denatureer denatureerde
jij denatureert denatureerde
hij, zij, het denatureert denatureerde
wij denatureren denatureerden
jullie denatureren denatureerden
zij denatureren denatureerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
denatureer gebiedende wijs
denatureerde verleden tijd
denaturere aanvoegende wijs
denaturerend onvoltooid, deelwoord
er is gedenatureerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedenatureerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedenatureerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedenatureerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedenatureerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedenatureerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedenatureerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedenatureerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedenatureerd verleden tijd, deelwoord
gedenatureerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedenatureerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedenatureerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedenatureerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedenatureerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedenatureerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedenatureerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedenatureerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedenatureerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedenatureerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedenatureerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedenatureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedenatureerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedenatureerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedenatureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedenatureerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedenatureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedenatureerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te denatureren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedenatureerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen denatureren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedenatureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedenatureerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedenatureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedenatureerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedenatureerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedenatureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedenatureerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedenatureerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal denatureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal denatureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal denatureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedenatureerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedenatureerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedenatureerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedenatureerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedenatureerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedenatureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou denatureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou denatureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou denatureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedenatureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedenatureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedenatureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedenatureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedenatureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedenatureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden denatureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden denatureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden denatureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedenatureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedenatureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedenatureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedenatureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedenatureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedenatureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt denatureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedenatureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedenatureerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen denatureren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen denatureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen denatureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen denatureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedenatureerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedenatureerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedenatureerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedenatureerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedenatureerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedenatureerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult denatureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedenatureerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedenatureerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedenatureerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onbruikbaar maken voor consumptie’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Woordfamilie van denatureren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
denatureer gebiedende wijs denatureren
denatureerde verleden tijd denatureren
denatureerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon denatureren
denatureert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon denatureren
denaturere aanvoegende wijs denatureren
denaturerend onvoltooid deelwoord denatureren
denaturerende woordvorm denatureren
gedenatureerd voltooid deelwoord denatureren
gedenatureerde woordvorm denatureren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van denatureren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over denatureren

Wat is de betekenis van denatureren?
Denatureren is een werkwoord. De betekenis is: het voor menselijke consumptie ongeschikt maken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik denatureren?
Zo vervoeg je denatureren zo: de tegenwoordige tijd is denatureer, de verleden tijd is denatureerde en het voltooid deelwoord is gedenatureerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord denatureren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. N 1
  4. A 1
  5. T 2
  6. U 4
  7. R 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

denatureren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. N 1
  4. A 1
  5. T 2
  6. U 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 16 zonder bonus
  13. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

denatureren in het kort

denatureren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van denatureren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort denatureren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

denatureren: het voor menselijke consumptie ongeschikt maken
Deel denatureren — standaardnederlands.nl