dempen
werkwoord /dɛmpən/Betekenis
- dichtgooien met grond of ander vast materiaal
- zwakker maken, verzwakken, temperen
Hoe spreek je dempen uit?
/dɛmpən/
Dempen bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van dempen
dempenhele werkwoord — dempteverleden tijd enkelvoud — demptenverleden tijd meervoud — gedemptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | demp | dempte |
| jij | dempt | dempte |
| hij, zij, het | dempt | dempte |
| wij | dempen | dempten |
| jullie | dempen | dempten |
| zij | dempen | dempten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| demp | gebiedende wijs |
| dempe | aanvoegende wijs |
| dempend | onvoltooid, deelwoord |
| dempte | verleden tijd |
| er is gedempt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedempt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedempt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedempt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedempt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedempt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedempt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedempt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedempt | verleden tijd, deelwoord |
| gedempt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedempt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedempt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedempt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedempt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedempt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedempt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedempt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedempt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedempt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedempt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedempt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedempt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedempt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedempt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedempt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedempt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedempt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dempen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedempt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dempen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedempt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedempt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedempt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedempt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedempt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedempt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedempt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedempt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedempt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedempt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedempt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedempt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedempt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedempt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal dempen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dempen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dempen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedempt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedempt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedempt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou dempen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dempen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dempen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dempen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dempen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dempen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dempen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedempt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedempt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dempen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dempen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dempen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dempen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedempt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedempt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedempt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dempen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedempt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedempt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedempt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘dichtgooien, temperen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1620
Woordfamilie van dempen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| demp | gebiedende wijs | dempen |
| dempe | aanvoegende wijs | dempen |
| dempend | onvoltooid deelwoord | dempen |
| dempende | woordvorm | dempen |
| dempt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dempen |
| dempte | verleden tijd | dempen |
| dempten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dempen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dempen zijn vastgelegd.