Naar de inhoud

demoniseren

iets of iemand systematisch zeer ongunstig voorstellen

demoniseren

werkwoord

Betekenis

  1. iets of iemand systematisch zeer ongunstig voorstellen

Vervoeging van demoniseren

demoniserenhele werkwoord — demoniseerdeverleden tijd enkelvoud — demoniseerdenverleden tijd meervoud — gedemoniseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik demoniseer demoniseerde
jij demoniseert demoniseerde
hij, zij, het demoniseert demoniseerde
wij demoniseren demoniseerden
jullie demoniseren demoniseerden
zij demoniseren demoniseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
demoniseer gebiedende wijs
demoniseerde verleden tijd
demonisere aanvoegende wijs
demoniserend onvoltooid, deelwoord
er is gedemoniseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedemoniseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedemoniseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedemoniseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedemoniseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedemoniseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedemoniseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedemoniseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedemoniseerd verleden tijd, deelwoord
gedemoniseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedemoniseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedemoniseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedemoniseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedemoniseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedemoniseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedemoniseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedemoniseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedemoniseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedemoniseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedemoniseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te demoniseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedemoniseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen demoniseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedemoniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedemoniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedemoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedemoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedemoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedemoniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedemoniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedemoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedemoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedemoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedemoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedemoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedemoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedemoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedemoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedemoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedemoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedemoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedemoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedemoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedemoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedemoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen demoniseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedemoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedemoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedemoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedemoniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedemoniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedemoniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult demoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedemoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedemoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedemoniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van demoniseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
demoniseer gebiedende wijs demoniseren
demoniseerde verleden tijd demoniseren
demoniseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon demoniseren
demoniseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon demoniseren
demonisere aanvoegende wijs demoniseren
demoniserend onvoltooid deelwoord demoniseren
demoniserende woordvorm demoniseren
gedemoniseerd voltooid deelwoord demoniseren
gedemoniseerde woordvorm demoniseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van demoniseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over demoniseren

Wat is de betekenis van demoniseren?
Demoniseren is een werkwoord. De betekenis is: iets of iemand systematisch zeer ongunstig voorstellen.
Hoe vervoeg ik demoniseren?
Zo vervoeg je demoniseren zo: de tegenwoordige tijd is demoniseer, de verleden tijd is demoniseerde en het voltooid deelwoord is gedemoniseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord demoniseren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. M 3
  4. O 1
  5. N 1
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

demoniseren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. M 3
  4. O 1
  5. N 1
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 zonder bonus
  13. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

demoniseren in het kort

demoniseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van demoniseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort demoniseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

demoniseren: iets of iemand systematisch zeer ongunstig voorstellen
Deel demoniseren — standaardnederlands.nl