delven
werkwoordBetekenis
- gravend iets winnen
Vervoeging van delven
delvenhele werkwoord — delfdeverleden tijd enkelvoud — delfdenverleden tijd meervoud — gedolvenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | delf | delfde |
| jij | delft | delfde |
| hij, zij, het | delft | delfde |
| wij | delven | delfden |
| jullie | delven | delfden |
| zij | delven | delfden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| delf | gebiedende wijs |
| delfde | verleden tijd |
| delve | aanvoegende wijs |
| delvend | onvoltooid, deelwoord |
| dolf | verleden tijd |
| er is gedolven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedolven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedolven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedolven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedolven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedolven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedolven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedolven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedolven | verleden tijd, deelwoord |
| gedolven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedolven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedolven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedolven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedolven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedolven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedolven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedolven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedolven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedolven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedolven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedolven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedolven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedolven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedolven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedolven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedolven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedolven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te delven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedolven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen delven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedolven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedolven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedolven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedolven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedolven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedolven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedolven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedolven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedolven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedolven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedolven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedolven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedolven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal delven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal delven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal delven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedolven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedolven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou delven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou delven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou delven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden delven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden delven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden delven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt delven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen delven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen delven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen delven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen delven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedolven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedolven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedolven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult delven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedolven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘graven’ voor het eerst aangetroffen in 1260
Woordfamilie van delven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| delfde | verleden tijd | delven |
| delfden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | delven |
| delft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | delven |
| delve | aanvoegende wijs | delven |
| delvend | onvoltooid deelwoord | delven |
| delvende | woordvorm | delven |
| dolf | verleden tijd | delven |
| dolven | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | delven |
| gedolven | voltooid deelwoord | delven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van delven zijn vastgelegd.