dekoloniseren
werkwoordBetekenis
- het staatkundig zelfstandig worden van koloniën
Vervoeging van dekoloniseren
dekoloniserenhele werkwoord — dekoloniseerdeverleden tijd enkelvoud — dekoloniseerdenverleden tijd meervoud — gedekoloniseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dekoloniseer | dekoloniseerde |
| jij | dekoloniseert | dekoloniseerde |
| hij, zij, het | dekoloniseert | dekoloniseerde |
| wij | dekoloniseren | dekoloniseerden |
| jullie | dekoloniseren | dekoloniseerden |
| zij | dekoloniseren | dekoloniseerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dekoloniseer | gebiedende wijs |
| dekoloniseerde | verleden tijd |
| dekolonisere | aanvoegende wijs |
| dekoloniserend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedekoloniseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedekoloniseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedekoloniseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedekoloniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedekoloniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedekoloniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dekoloniseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedekoloniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dekoloniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedekoloniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dekoloniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dekoloniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedekoloniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse décoloniser (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van dekoloniseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dekoloniseer | gebiedende wijs | dekoloniseren |
| dekoloniseerde | verleden tijd | dekoloniseren |
| dekoloniseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dekoloniseren |
| dekoloniseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dekoloniseren |
| dekolonisere | aanvoegende wijs | dekoloniseren |
| dekoloniserend | onvoltooid deelwoord | dekoloniseren |
| dekoloniserende | woordvorm | dekoloniseren |
| gedekoloniseerd | voltooid deelwoord | dekoloniseren |
| gedekoloniseerde | woordvorm | dekoloniseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dekoloniseren zijn vastgelegd.