Naar de inhoud

defragmenteren

de fragmentatie op een geheugenschijf ongedaan maken door de aanwezige gegevens te hergroeperen

defragmenteren

werkwoord

Betekenis

  1. de fragmentatie op een geheugenschijf ongedaan maken door de aanwezige gegevens te hergroeperen

Vervoeging van defragmenteren

defragmenterenhele werkwoord — defragmenteerdeverleden tijd enkelvoud — defragmenteerdenverleden tijd meervoud — gedefragmenteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik defragmenteer defragmenteerde
jij defragmenteert defragmenteerde
hij, zij, het defragmenteert defragmenteerde
wij defragmenteren defragmenteerden
jullie defragmenteren defragmenteerden
zij defragmenteren defragmenteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
defragmenteer gebiedende wijs
defragmenteerde verleden tijd
defragmentere aanvoegende wijs
defragmenterend onvoltooid, deelwoord
er is gedefragmenteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedefragmenteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedefragmenteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedefragmenteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedefragmenteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedefragmenteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedefragmenteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedefragmenteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedefragmenteerd verleden tijd, deelwoord
gedefragmenteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedefragmenteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedefragmenteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedefragmenteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedefragmenteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedefragmenteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedefragmenteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedefragmenteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedefragmenteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedefragmenteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedefragmenteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te defragmenteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedefragmenteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen defragmenteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedefragmenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedefragmenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedefragmenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedefragmenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedefragmenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedefragmenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedefragmenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedefragmenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedefragmenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedefragmenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedefragmenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedefragmenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedefragmenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedefragmenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedefragmenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedefragmenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedefragmenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedefragmenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedefragmenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedefragmenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedefragmenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedefragmenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen defragmenteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedefragmenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedefragmenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedefragmenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedefragmenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedefragmenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedefragmenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult defragmenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedefragmenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedefragmenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedefragmenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse défragmenter (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van defragmenteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
defragmenteer gebiedende wijs defragmenteren
defragmenteerde verleden tijd defragmenteren
defragmenteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon defragmenteren
defragmenteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon defragmenteren
defragmentere aanvoegende wijs defragmenteren
defragmenterend onvoltooid deelwoord defragmenteren
defragmenterende woordvorm defragmenteren
gedefragmenteerd voltooid deelwoord defragmenteren
gedefragmenteerde woordvorm defragmenteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van defragmenteren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over defragmenteren

Wat is de betekenis van defragmenteren?
Defragmenteren is een werkwoord. De betekenis is: de fragmentatie op een geheugenschijf ongedaan maken door de aanwezige gegevens te hergroeperen.
Hoe vervoeg ik defragmenteren?
Zo vervoeg je defragmenteren zo: de tegenwoordige tijd is defragmenteer, de verleden tijd is defragmenteerde en het voltooid deelwoord is gedefragmenteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord defragmenteren is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. F 4
  4. R 2
  5. A 1
  6. G 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. T 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

defragmenteren levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. F 4
  4. R 2
  5. A 1
  6. G 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. T 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 25 zonder bonus
  16. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

defragmenteren in het kort

defragmenteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van defragmenteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort defragmenteren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

defragmenteren: de fragmentatie op een geheugenschijf ongedaan maken door de aanwezige gegevens te hergroeperen
Deel defragmenteren — standaardnederlands.nl