defloreren
werkwoordBetekenis
- ontmaagden
Vervoeging van defloreren
deflorerenhele werkwoord — defloreerdeverleden tijd enkelvoud — defloreerdenverleden tijd meervoud — gedefloreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | defloreer | defloreerde |
| jij | defloreert | defloreerde |
| hij, zij, het | defloreert | defloreerde |
| wij | defloreren | defloreerden |
| jullie | defloreren | defloreerden |
| zij | defloreren | defloreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| defloreer | gebiedende wijs |
| defloreerde | verleden tijd |
| deflorere | aanvoegende wijs |
| deflorerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedefloreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedefloreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedefloreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedefloreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedefloreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedefloreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedefloreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedefloreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedefloreerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedefloreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedefloreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedefloreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedefloreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedefloreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedefloreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedefloreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedefloreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedefloreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedefloreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedefloreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te defloreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedefloreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen defloreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedefloreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedefloreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedefloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedefloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedefloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedefloreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedefloreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedefloreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedefloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedefloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedefloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedefloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedefloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedefloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedefloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedefloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedefloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedefloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedefloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedefloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedefloreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedefloreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen defloreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedefloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedefloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedefloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedefloreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedefloreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedefloreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult defloreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedefloreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedefloreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedefloreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse déflorer (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van defloreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| defloreer | gebiedende wijs | defloreren |
| defloreerde | verleden tijd | defloreren |
| defloreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | defloreren |
| defloreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | defloreren |
| deflorere | aanvoegende wijs | defloreren |
| deflorerend | onvoltooid deelwoord | defloreren |
| deflorerende | woordvorm | defloreren |
| gedefloreerd | voltooid deelwoord | defloreren |
| gedefloreerde | woordvorm | defloreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van defloreren zijn vastgelegd.