Naar de inhoud

defloreren

ontmaagden

defloreren

werkwoord

Betekenis

  1. ontmaagden

Vervoeging van defloreren

deflorerenhele werkwoord — defloreerdeverleden tijd enkelvoud — defloreerdenverleden tijd meervoud — gedefloreerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik defloreer defloreerde
jij defloreert defloreerde
hij, zij, het defloreert defloreerde
wij defloreren defloreerden
jullie defloreren defloreerden
zij defloreren defloreerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
defloreer gebiedende wijs
defloreerde verleden tijd
deflorere aanvoegende wijs
deflorerend onvoltooid, deelwoord
er is gedefloreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedefloreerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedefloreerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedefloreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedefloreerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedefloreerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedefloreerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedefloreerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedefloreerd verleden tijd, deelwoord
gedefloreerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedefloreerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedefloreerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedefloreerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedefloreerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedefloreerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedefloreerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedefloreerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedefloreerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedefloreerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedefloreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedefloreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedefloreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedefloreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedefloreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedefloreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedefloreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedefloreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te defloreren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedefloreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen defloreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedefloreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedefloreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedefloreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedefloreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedefloreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedefloreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedefloreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedefloreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal defloreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal defloreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal defloreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedefloreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedefloreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedefloreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedefloreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedefloreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedefloreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou defloreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou defloreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou defloreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedefloreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedefloreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedefloreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedefloreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedefloreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedefloreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden defloreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden defloreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden defloreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedefloreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedefloreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedefloreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedefloreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedefloreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedefloreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt defloreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedefloreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedefloreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen defloreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen defloreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen defloreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen defloreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedefloreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedefloreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedefloreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedefloreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedefloreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedefloreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult defloreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedefloreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedefloreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedefloreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse déflorer (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van defloreren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
defloreer gebiedende wijs defloreren
defloreerde verleden tijd defloreren
defloreerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon defloreren
defloreert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon defloreren
deflorere aanvoegende wijs defloreren
deflorerend onvoltooid deelwoord defloreren
deflorerende woordvorm defloreren
gedefloreerd voltooid deelwoord defloreren
gedefloreerde woordvorm defloreren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van defloreren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over defloreren

Wat betekent defloreren?
Defloreren is een werkwoord. Het woord betekent: ontmaagden.
Hoe vervoeg je defloreren?
Je vervoegt defloreren als volgt: de tegenwoordige tijd is defloreer, de verleden tijd is defloreerde en het voltooid deelwoord is gedefloreerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord defloreren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. F 4
  4. L 3
  5. O 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

defloreren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. F 4
  4. L 3
  5. O 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

defloreren in het kort

defloreren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van defloreren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort defloreren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

defloreren: ontmaagden
Deel defloreren — standaardnederlands.nl