deeg
zelfstandig naamwoord dexBetekenis
- het ongebakken kneedbare uitgangsmateriaal voor het bakken van diverse broden en gebak, vervaardigd van meel aangevuld met rijsmiddelen (gist, bakpoeder, ei, ...), vloeistoffen (melk, water, ...) en smaakstoffen zoals suiker en zout
Hoe spreek je deeg uit?
/dex/
Deeg bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| e | veel |
| x | acht |
zelfstandig naamwoord — neuter
- ongebakken kneedbare uitgangsmateriaal voor het bakken van diverse broden en gebak, vervaardigd van meel aangevuld met rijsmiddelen als gist, bakpoederof ei, vloeistoffen als melk of water en smaakstoffen zoals suiker en zout
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| deegje | verkleinwoord, enkelvoud |
| deegjes | verkleinwoord, meervoud |
| degen | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands deech, in de betekenis van ‘mengsel’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van deeg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deegje | verkleinwoord | deeg |
| deegjes | verkleinwoord meervoud | deeg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deeg zijn vastgelegd.