degen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het zwaarste van de steekwapens gebruikt bij het schermen
zelfstandig naamwoord — masculine
- het zwaarste van de steekwapens gebruikt bij het schermen ww
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| degens | meervoud |
| degentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| degentjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord deeg
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| degens | meervoud |
| degentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| degentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘stootwapen’ aangetroffen vanaf 1500
Woordfamilie van degen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| degens | meervoud | degen |
| degentje | verkleinwoord | degen |
| degentjes | verkleinwoord meervoud | degen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van degen zijn vastgelegd.