| deconfessionaliseer |
gebiedende wijs
|
| deconfessionaliseerde |
verleden tijd
|
| deconfessionalisere |
aanvoegende wijs
|
| deconfessionaliserend |
onvoltooid, deelwoord
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gedeconfessionaliseerd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gedeconfessionaliseerd te zullen hebben/zijn |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gedeconfessionaliseerd zullen hebben/zijn |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| hebben gedeconfessionaliseerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| te deconfessionaliseren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te hebben/zijn gedeconfessionaliseerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen deconfessionaliseren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gedeconfessionaliseerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| zou deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen deconfessionaliseren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult deconfessionaliseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|