Naar de inhoud

decideren

beslissen, uitmaken, besluiten

decideren

werkwoord

Betekenis

  1. beslissen, uitmaken, besluiten

Vervoeging van decideren

deciderenhele werkwoord — decideerdeverleden tijd enkelvoud — decideerdenverleden tijd meervoud — gedecideerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik decideer decideerde
jij decideert decideerde
hij, zij, het decideert decideerde
wij decideren decideerden
jullie decideren decideerden
zij decideren decideerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
decideer gebiedende wijs
decideerde verleden tijd
decidere aanvoegende wijs
deciderend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedecideerd verleden tijd, deelwoord
gedecideerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedecideerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedecideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedecideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedecideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedecideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedecideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedecideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedecideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedecideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedecideerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedecideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedecideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedecideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedecideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedecideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedecideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te decideren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedecideerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen decideren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal decideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal decideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal decideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedecideerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedecideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedecideerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou decideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou decideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou decideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedecideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedecideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedecideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden decideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden decideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden decideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedecideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedecideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedecideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt decideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedecideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen decideren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen decideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen decideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen decideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedecideerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedecideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedecideerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult decideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedecideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘beslissen’ voor het eerst aangetroffen in 1520

Woordfamilie van decideren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
decideer gebiedende wijs decideren
decideerde verleden tijd decideren
decideerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon decideren
decideert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon decideren
decidere aanvoegende wijs decideren
deciderend onvoltooid deelwoord decideren
deciderende woordvorm decideren
gedecideerd voltooid deelwoord decideren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van decideren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over decideren

Wat betekent decideren?
Decideren is een werkwoord. Het woord betekent: beslissen, uitmaken, besluiten.
Hoe vervoeg je decideren?
Je vervoegt decideren als volgt: de tegenwoordige tijd is decideer, de verleden tijd is decideerde en het voltooid deelwoord is gedecideerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord decideren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. I 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

decideren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. I 2
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

decideren in het kort

decideren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van decideren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort decideren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

decideren: beslissen, uitmaken, besluiten
Deel decideren — standaardnederlands.nl