decentraliseren
werkwoordBetekenis
- spreiden over een aantal lagere instanties
Vervoeging van decentraliseren
decentraliserenhele werkwoord — decentraliseerdeverleden tijd enkelvoud — decentraliseerdenverleden tijd meervoud — gedecentraliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | decentraliseer | decentraliseerde |
| jij | decentraliseert | decentraliseerde |
| hij, zij, het | decentraliseert | decentraliseerde |
| wij | decentraliseren | decentraliseerden |
| jullie | decentraliseren | decentraliseerden |
| zij | decentraliseren | decentraliseerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| decentraliseer | gebiedende wijs |
| decentraliseerde | verleden tijd |
| decentralisere | aanvoegende wijs |
| decentraliserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedecentraliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedecentraliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedecentraliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedecentraliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedecentraliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedecentraliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedecentraliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedecentraliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedecentraliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedecentraliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedecentraliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedecentraliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te decentraliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedecentraliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen decentraliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen decentraliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult decentraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse centraliser met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van decentraliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| decentraliseer | gebiedende wijs | decentraliseren |
| decentraliseerde | verleden tijd | decentraliseren |
| decentraliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | decentraliseren |
| decentraliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | decentraliseren |
| decentralisere | aanvoegende wijs | decentraliseren |
| decentraliserend | onvoltooid deelwoord | decentraliseren |
| decentraliserende | woordvorm | decentraliseren |
| gedecentraliseerd | voltooid deelwoord | decentraliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van decentraliseren zijn vastgelegd.