debuggen
werkwoordBetekenis
- de fouten ('bugs') uit een computerprogramma halen
Vervoeging van debuggen
debuggenhele werkwoord — debugdeverleden tijd enkelvoud — debugdenverleden tijd meervoud — gedebugdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | debug | debugde |
| jij | debugt | debugde |
| hij, zij, het | debugt | debugde |
| wij | debuggen | debugden |
| jullie | debuggen | debugden |
| zij | debuggen | debugden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| debug | gebiedende wijs |
| debugde | verleden tijd |
| debugge | aanvoegende wijs |
| debuggend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedebugd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedebugd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedebugd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedebugd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedebugd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedebugd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedebugd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedebugd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedebugd | verleden tijd, deelwoord |
| gedebugd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedebugd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedebugd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedebugd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedebugd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedebugd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedebugd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedebugd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedebugd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedebugd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedebugd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedebugd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedebugd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedebugd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedebugd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedebugd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedebugd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te debuggen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedebugd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen debuggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedebugd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedebugd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedebugd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedebugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedebugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedebugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedebugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedebugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedebugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedebugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen debuggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedebugd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedebugd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedebugd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult debuggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedebugd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
uit het Engels
Woordfamilie van debuggen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| debug | gebiedende wijs | debuggen |
| debugde | verleden tijd | debuggen |
| debugden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | debuggen |
| debugge | aanvoegende wijs | debuggen |
| debuggend | onvoltooid deelwoord | debuggen |
| debuggende | woordvorm | debuggen |
| debugt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | debuggen |
| gedebugd | voltooid deelwoord | debuggen |
| gedebugde | woordvorm | debuggen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van debuggen zijn vastgelegd.