Naar de inhoud

davvenen

op joodse wijze bidden

davvenen

werkwoord

Betekenis

  1. op joodse wijze bidden

Vervoeging van davvenen

davvenenhele werkwoord — davvendeverleden tijd enkelvoud — davvendenverleden tijd meervoud — gedavvendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik davven davvende
jij davvent davvende
hij, zij, het davvent davvende
wij davvenen davvenden
jullie davvenen davvenden
zij davvenen davvenden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
davven gebiedende wijs
davvende verleden tijd
davvene aanvoegende wijs
davvenend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedavvend verleden tijd, deelwoord
gedavvend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedavvend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedavvend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedavvend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedavvend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedavvend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedavvend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedavvend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedavvend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedavvend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedavvend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedavvend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedavvend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedavvend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedavvend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedavvend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedavvend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te davvenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedavvend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen davvenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal davvenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal davvenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal davvenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedavvend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedavvend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedavvend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou davvenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou davvenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou davvenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedavvend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedavvend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedavvend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden davvenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden davvenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden davvenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedavvend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedavvend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedavvend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt davvenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedavvend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen davvenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen davvenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen davvenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen davvenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedavvend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedavvend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedavvend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult davvenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedavvend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Herkomst: Jiddisj

Woordfamilie van davvenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
davven gebiedende wijs davvenen
davvende verleden tijd davvenen
davvenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon davvenen
davvene aanvoegende wijs davvenen
davvenend onvoltooid deelwoord davvenen
davvenende woordvorm davvenen
davvent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon davvenen
gedavvend voltooid deelwoord davvenen
gedavvende woordvorm davvenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van davvenen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over davvenen

Wat is de betekenis van davvenen?
Davvenen is een werkwoord. De betekenis is: op joodse wijze bidden.
Hoe vervoeg ik davvenen?
Zo vervoeg je davvenen zo: de tegenwoordige tijd is davven, de verleden tijd is davvende en het voltooid deelwoord is gedavvend. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord davvenen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. A 1
  3. V 4
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

davvenen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. A 1
  3. V 4
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

davvenen in het kort

davvenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van davvenen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort davvenen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

davvenen: op joodse wijze bidden
Deel davvenen — standaardnederlands.nl