Naar de inhoud

daveren

zich onder voortbrenging van veel lawaai voortbewegen

daveren

werkwoord

Betekenis

  1. zich onder voortbrenging van veel lawaai voortbewegen

Vervoeging van daveren

daverenhele werkwoord — daverdeverleden tijd enkelvoud — daverdenverleden tijd meervoud — gedaverdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik daver daverde
jij davert daverde
hij, zij, het davert daverde
wij daveren daverden
jullie daveren daverden
zij daveren daverden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
daver gebiedende wijs
daverde verleden tijd
davere aanvoegende wijs
daverend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedaverd verleden tijd, deelwoord
gedaverd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedaverd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedaverd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedaverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedaverd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedaverd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedaverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedaverd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedaverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedaverd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedaverd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedaverd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedaverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedaverd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedaverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedaverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedaverd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te daveren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedaverd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen daveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal daveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal daveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal daveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedaverd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedaverd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedaverd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou daveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou daveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou daveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedaverd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedaverd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedaverd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden daveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden daveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden daveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedaverd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedaverd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedaverd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt daveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedaverd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen daveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen daveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen daveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen daveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedaverd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedaverd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedaverd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult daveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedaverd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘dreunen, schudden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1301

Woordfamilie van daveren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
daverde verleden tijd daveren
daverden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon daveren
davere aanvoegende wijs daveren
davert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon daveren
gedaverd voltooid deelwoord daveren
gedaverde woordvorm daveren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van daveren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over daveren

Wat betekent daveren?
Daveren is een werkwoord. Het woord betekent: zich onder voortbrenging van veel lawaai voortbewegen.
Hoe vervoeg je daveren?
Je vervoegt daveren als volgt: de tegenwoordige tijd is daver, de verleden tijd is daverde en het voltooid deelwoord is gedaverd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord daveren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. A 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

daveren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. A 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

daveren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

daveren in het kort

daveren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van daveren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort daveren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

daveren: zich onder voortbrenging van veel lawaai voortbewegen
Deel daveren — standaardnederlands.nl