dateren
werkwoordBetekenis
- de datum van ontstaan bepalen
- uit een bepaalde tijd stammen
- een datum ergens aan hechten, dagtekenen
Vervoeging van dateren
daterenhele werkwoord — dateerdeverleden tijd enkelvoud — dateerdenverleden tijd meervoud — gedateerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dateer | dateerde |
| jij | dateert | dateerde |
| hij, zij, het | dateert | dateerde |
| wij | dateren | dateerden |
| jullie | dateren | dateerden |
| zij | dateren | dateerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dateer | gebiedende wijs |
| dateerde | verleden tijd |
| datere | aanvoegende wijs |
| daterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedateerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedateerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedateerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedateerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedateerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedateerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedateerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedateerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedateerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedateerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedateerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedateerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedateerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedateerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedateerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedateerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedateerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedateerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedateerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedateerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedateerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedateerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedateerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedateerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dateren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedateerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dateren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedateerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedateerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedateerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedateerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal dateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou dateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dateren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘dagtekenen’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van dateren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dateer | gebiedende wijs | dateren |
| dateerde | verleden tijd | dateren |
| dateerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dateren |
| dateert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dateren |
| datere | aanvoegende wijs | dateren |
| daterend | onvoltooid deelwoord | dateren |
| daterende | woordvorm | dateren |
| gedateerd | voltooid deelwoord | dateren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dateren zijn vastgelegd.