cultiveren
werkwoordBetekenis
- in cultuur brengen
- aankweken
- beschaven, vormen
- met zorg in stand houden
Vervoeging van cultiveren
cultiverenhele werkwoord — cultiveerdeverleden tijd enkelvoud — cultiveerdenverleden tijd meervoud — gecultiveerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | cultiveer | cultiveerde |
| jij | cultiveert | cultiveerde |
| hij, zij, het | cultiveert | cultiveerde |
| wij | cultiveren | cultiveerden |
| jullie | cultiveren | cultiveerden |
| zij | cultiveren | cultiveerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| cultiveer | gebiedende wijs |
| cultiveerde | verleden tijd |
| cultivere | aanvoegende wijs |
| cultiverend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecultiveerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecultiveerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecultiveerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecultiveerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecultiveerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecultiveerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecultiveerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecultiveerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecultiveerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecultiveerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecultiveerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecultiveerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecultiveerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecultiveerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecultiveerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecultiveerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecultiveerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecultiveerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecultiveerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecultiveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te cultiveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecultiveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen cultiveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecultiveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecultiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecultiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecultiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecultiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecultiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecultiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecultiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecultiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecultiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecultiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecultiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecultiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecultiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecultiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecultiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecultiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecultiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecultiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecultiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecultiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecultiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen cultiveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecultiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecultiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecultiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecultiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecultiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecultiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult cultiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecultiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecultiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecultiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bebouwen, aankweken’ voor het eerst aangetroffen in 1592
Woordfamilie van cultiveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cultiveer | gebiedende wijs | cultiveren |
| cultiveerde | verleden tijd | cultiveren |
| cultiveerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | cultiveren |
| cultiveert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | cultiveren |
| cultivere | aanvoegende wijs | cultiveren |
| cultiverend | onvoltooid deelwoord | cultiveren |
| cultiverende | woordvorm | cultiveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cultiveren zijn vastgelegd.