criticaster
zelfstandig naamwoord ˌkritiˈkɑstərBetekenis
- onredelijk recensent, een zeikerd
Hoe spreek je criticaster uit?
/ˌkritiˈkɑstər/
Criticaster bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| i | riet |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- onredelijk strenge recensent pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| criticasters | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘muggenzifter’ voor het eerst aangetroffen in 1842
Woordfamilie van criticaster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| criticasters | meervoud | criticaster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van criticaster zijn vastgelegd.