Naar de inhoud

criminaliseren

in de criminele sfeer plaatsen

criminaliseren

werkwoord

Betekenis

  1. in de criminele sfeer plaatsen

Vervoeging van criminaliseren

criminaliserenhele werkwoord — criminaliseerdeverleden tijd enkelvoud — criminaliseerdenverleden tijd meervoud — gecriminaliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik criminaliseer criminaliseerde
jij criminaliseert criminaliseerde
hij, zij, het criminaliseert criminaliseerde
wij criminaliseren criminaliseerden
jullie criminaliseren criminaliseerden
zij criminaliseren criminaliseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
criminaliseer gebiedende wijs
criminaliseerde verleden tijd
criminalisere aanvoegende wijs
criminaliserend onvoltooid, deelwoord
er is gecriminaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecriminaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecriminaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecriminaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecriminaliseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecriminaliseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecriminaliseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecriminaliseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecriminaliseerd verleden tijd, deelwoord
gecriminaliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecriminaliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecriminaliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecriminaliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecriminaliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecriminaliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecriminaliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecriminaliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecriminaliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecriminaliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecriminaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te criminaliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecriminaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen criminaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecriminaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecriminaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecriminaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecriminaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecriminaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecriminaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecriminaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecriminaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecriminaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecriminaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecriminaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecriminaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecriminaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecriminaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecriminaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecriminaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecriminaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecriminaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecriminaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecriminaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecriminaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecriminaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen criminaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecriminaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecriminaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecriminaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecriminaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecriminaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecriminaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult criminaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecriminaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecriminaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecriminaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse criminaliser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van criminaliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
criminaliseer gebiedende wijs criminaliseren
criminaliseerde verleden tijd criminaliseren
criminaliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon criminaliseren
criminaliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon criminaliseren
criminalisere aanvoegende wijs criminaliseren
criminaliserend onvoltooid deelwoord criminaliseren
criminaliserende woordvorm criminaliseren
gecriminaliseerd voltooid deelwoord criminaliseren
gecriminaliseerde woordvorm criminaliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van criminaliseren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over criminaliseren

Wat is de betekenis van criminaliseren?
Criminaliseren is een werkwoord. De betekenis is: in de criminele sfeer plaatsen.
Hoe vervoeg ik criminaliseren?
Zo vervoeg je criminaliseren zo: de tegenwoordige tijd is criminaliseer, de verleden tijd is criminaliseerde en het voltooid deelwoord is gecriminaliseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord criminaliseren is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. R 2
  3. I 1
  4. M 3
  5. I 1
  6. N 1
  7. A 1
  8. L 3
  9. I 1
  10. S 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

criminaliseren levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. R 2
  3. I 2
  4. M 3
  5. I 2
  6. N 1
  7. A 1
  8. L 3
  9. I 2
  10. S 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 28 zonder bonus
  16. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

criminaliseren in het kort

criminaliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van criminaliseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort criminaliseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

criminaliseren: in de criminele sfeer plaatsen
Deel criminaliseren — standaardnederlands.nl