cremeren
werkwoordBetekenis
- verbranden van een lijk
Vervoeging van cremeren
cremerenhele werkwoord — cremeerdeverleden tijd enkelvoud — cremeerdenverleden tijd meervoud — gecremeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | cremeer | cremeerde |
| jij | cremeert | cremeerde |
| hij, zij, het | cremeert | cremeerde |
| wij | cremeren | cremeerden |
| jullie | cremeren | cremeerden |
| zij | cremeren | cremeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| cremeer | gebiedende wijs |
| cremeerde | verleden tijd |
| cremere | aanvoegende wijs |
| cremerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecremeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecremeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecremeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecremeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecremeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecremeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecremeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecremeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecremeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecremeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecremeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecremeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecremeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecremeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecremeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecremeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecremeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecremeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecremeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecremeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecremeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecremeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecremeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecremeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecremeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecremeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecremeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te cremeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecremeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen cremeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecremeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecremeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecremeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecremeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecremeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecremeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecremeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecremeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecremeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecremeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecremeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecremeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecremeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecremeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecremeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecremeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecremeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecremeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecremeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecremeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecremeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecremeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecremeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecremeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecremeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecremeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecremeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecremeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen cremeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecremeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecremeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecremeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecremeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecremeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecremeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult cremeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecremeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecremeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecremeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
(met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van cremeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cremeer | gebiedende wijs | cremeren |
| cremeerde | verleden tijd | cremeren |
| cremeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | cremeren |
| cremeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | cremeren |
| cremere | aanvoegende wijs | cremeren |
| cremerend | onvoltooid deelwoord | cremeren |
| cremerende | woordvorm | cremeren |
| gecremeerd | voltooid deelwoord | cremeren |
| gecremeerde | woordvorm | cremeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cremeren zijn vastgelegd.