coterie
zelfstandig naamwoord kotə'riBetekenis
- naar de buitenwereld toe besloten gezelschap, onderling gebonden door een gezamenlijke stand, gedeelde ideeën enz.
- kliek, clan
Hoe spreek je coterie uit?
/kotəˈri/
Coterie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- naar de buitenwereld toe besloten gezelschap, onderling gebonden door een gezamenlijke stand, gedeelde ideeën enz. (veelal pejoratief)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| coteries | meervoud |
| coterietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| coterietjes | verkleinwoord, meervoud |
| coterieën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘besloten gezelschap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1807
Woordfamilie van coterie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| coteries | meervoud | coterie |
| coterietje | verkleinwoord | coterie |
| coterietjes | verkleinwoord meervoud | coterie |
| coterieën | meervoud | coterie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van coterie zijn vastgelegd.