cotangens
zelfstandig naamwoordBetekenis
- tangens van het complement van een hoek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cotangensen | meervoud |
| cotangenten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘tangens van het complement van een hoek’ voor het eerst aangetroffen in 1772
Woordfamilie van cotangens
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cotangensen | meervoud | cotangens |
| cotangenten | meervoud | cotangens |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cotangens zijn vastgelegd.