corrumperen
werkwoordBetekenis
- corrupt maken, aantasten, bederven
werkwoord
- corrupt maken, aantasten, bederven, omkopen transitive
Vervoeging van corrumperen
corrumperenhele werkwoord — corrumpeerdeverleden tijd enkelvoud — corrumpeerdenverleden tijd meervoud — gecorrumpeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | corrumpeer | corrumpeerde |
| jij | corrumpeert | corrumpeerde |
| hij, zij, het | corrumpeert | corrumpeerde |
| wij | corrumperen | corrumpeerden |
| jullie | corrumperen | corrumpeerden |
| zij | corrumperen | corrumpeerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| corrumpeer | gebiedende wijs |
| corrumpeerde | verleden tijd |
| corrumpere | aanvoegende wijs |
| corrumperend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecorrumpeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecorrumpeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecorrumpeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecorrumpeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecorrumpeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecorrumpeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecorrumpeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecorrumpeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecorrumpeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecorrumpeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecorrumpeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecorrumpeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecorrumpeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecorrumpeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecorrumpeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecorrumpeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecorrumpeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecorrumpeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecorrumpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecorrumpeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecorrumpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecorrumpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecorrumpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecorrumpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecorrumpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecorrumpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te corrumperen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecorrumpeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen corrumperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecorrumpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecorrumpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecorrumpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecorrumpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecorrumpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecorrumpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecorrumpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecorrumpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecorrumpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecorrumpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen corrumperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecorrumpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecorrumpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecorrumpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult corrumperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecorrumpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bederven’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van corrumperen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| corrumpeer | gebiedende wijs | corrumperen |
| corrumpeerde | verleden tijd | corrumperen |
| corrumpeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | corrumperen |
| corrumpeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | corrumperen |
| corrumpere | aanvoegende wijs | corrumperen |
| corrumperend | onvoltooid deelwoord | corrumperen |
| corrumperende | woordvorm | corrumperen |
| gecorrumpeerd | voltooid deelwoord | corrumperen |
| gecorrumpeerde | woordvorm | corrumperen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van corrumperen zijn vastgelegd.