Naar de inhoud

converseren

een gesprek voeren

converseren

werkwoord

Betekenis

  1. een gesprek voeren

Vervoeging van converseren

converserenhele werkwoord — converseerdeverleden tijd enkelvoud — converseerdenverleden tijd meervoud — geconverseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik converseer converseerde
jij converseert converseerde
hij, zij, het converseert converseerde
wij converseren converseerden
jullie converseren converseerden
zij converseren converseerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
converseer gebiedende wijs
converseerde verleden tijd
conversere aanvoegende wijs
converserend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geconverseerd verleden tijd, deelwoord
geconverseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconverseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geconverseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geconverseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geconverseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geconverseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geconverseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geconverseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geconverseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geconverseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconverseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geconverseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconverseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geconverseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geconverseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconverseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconverseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te converseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geconverseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen converseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal converseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal converseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal converseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geconverseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconverseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geconverseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou converseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou converseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou converseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geconverseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconverseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconverseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden converseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden converseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden converseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geconverseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconverseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconverseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt converseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geconverseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen converseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen converseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen converseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen converseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geconverseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconverseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconverseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult converseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geconverseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘een gesprek voeren’ voor het eerst aangetroffen in 1840

Woordfamilie van converseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
converseer gebiedende wijs converseren
converseerde verleden tijd converseren
converseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon converseren
converseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon converseren
conversere aanvoegende wijs converseren
converserend onvoltooid deelwoord converseren
converserende woordvorm converseren
geconverseerd voltooid deelwoord converseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van converseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over converseren

Wat betekent converseren?
Converseren is een werkwoord. Het woord betekent: een gesprek voeren.
Hoe vervoeg je converseren?
Je vervoegt converseren als volgt: de tegenwoordige tijd is converseer, de verleden tijd is converseerde en het voltooid deelwoord is geconverseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord converseren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

converseren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

converseren in het kort

converseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van converseren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort converseren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

converseren: een gesprek voeren
Deel converseren — standaardnederlands.nl