Naar de inhoud

conveniëren

passen, gelegen komen, schikken

conveniëren

werkwoord

Betekenis

  1. passen, gelegen komen, schikken
  2. bijeenroepen
  3. overeenkomen

Vervoeging van conveniëren

conveniërenhele werkwoord — convenieerdeverleden tijd enkelvoud — convenieerdenverleden tijd meervoud — geconvenieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik convenieer convenieerde
jij convenieert convenieerde
hij, zij, het convenieert convenieerde
wij conveniëren convenieerden
jullie conveniëren convenieerden
zij conveniëren convenieerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
convenieer gebiedende wijs
convenieerde verleden tijd
conveniëre aanvoegende wijs
conveniërend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geconvenieerd verleden tijd, deelwoord
geconvenieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconvenieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geconvenieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geconvenieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geconvenieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geconvenieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geconvenieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geconvenieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geconvenieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geconvenieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconvenieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geconvenieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconvenieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geconvenieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geconvenieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconvenieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconvenieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te conveniëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geconvenieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen conveniëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geconvenieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconvenieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geconvenieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geconvenieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconvenieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconvenieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geconvenieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconvenieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconvenieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geconvenieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen conveniëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geconvenieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconvenieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconvenieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult conveniëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geconvenieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gelegen komen’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Woordfamilie van conveniëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
convenieer gebiedende wijs conveniëren
convenieerde verleden tijd conveniëren
convenieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon conveniëren
convenieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon conveniëren
conveniëre aanvoegende wijs conveniëren
conveniërend onvoltooid deelwoord conveniëren
conveniërende woordvorm conveniëren
geconvenieerd voltooid deelwoord conveniëren
geconvenieerde woordvorm conveniëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van conveniëren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over conveniëren

Wat is de betekenis van conveniëren?
Conveniëren is een werkwoord. De betekenis is: passen, gelegen komen, schikken. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik conveniëren?
Zo vervoeg je conveniëren zo: de tegenwoordige tijd is convenieer, de verleden tijd is convenieerde en het voltooid deelwoord is geconvenieerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord conveniëren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. I 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

conveniëren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. I 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

conveniëren in het kort

conveniëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van conveniëren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort conveniëren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

conveniëren: passen, gelegen komen, schikken
Deel conveniëren — standaardnederlands.nl