convector
zelfstandig naamwoord kɔn'vɛktɔrBetekenis
- verwarmingstoestel gebaseerd op het principe van convectie
Hoe spreek je convector uit?
/kɔnˈvɛktɔr/
Convector bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| v | vis |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| convectors | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘aanjager voor warme lucht’ voor het eerst aangetroffen in 1955
Woordfamilie van convector
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| convectors | meervoud | convector |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van convector zijn vastgelegd.