Naar de inhoud

contamineren

verontreinigen, vervuilen

contamineren

werkwoord

Betekenis

  1. verontreinigen, vervuilen
  2. door elkaar halen

werkwoord

  1. verontreinigen, vervuilen, besmetten

Vervoeging van contamineren

contaminerenhele werkwoord — contamineerdeverleden tijd enkelvoud — contamineerdenverleden tijd meervoud — gecontamineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik contamineer contamineerde
jij contamineert contamineerde
hij, zij, het contamineert contamineerde
wij contamineren contamineerden
jullie contamineren contamineerden
zij contamineren contamineerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
contamineer gebiedende wijs
contamineerde verleden tijd
contaminere aanvoegende wijs
contaminerend onvoltooid, deelwoord
er is gecontamineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecontamineerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecontamineerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecontamineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecontamineerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecontamineerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecontamineerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecontamineerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecontamineerd verleden tijd, deelwoord
gecontamineerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecontamineerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecontamineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecontamineerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecontamineerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecontamineerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecontamineerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecontamineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecontamineerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecontamineerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecontamineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecontamineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecontamineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecontamineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecontamineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecontamineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecontamineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecontamineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te contamineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecontamineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen contamineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecontamineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecontamineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecontamineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecontamineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecontamineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecontamineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecontamineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecontamineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal contamineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal contamineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal contamineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecontamineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecontamineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecontamineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecontamineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecontamineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecontamineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou contamineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou contamineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou contamineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecontamineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecontamineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecontamineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecontamineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecontamineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecontamineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden contamineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden contamineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden contamineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecontamineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecontamineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecontamineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecontamineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecontamineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecontamineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt contamineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecontamineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecontamineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen contamineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen contamineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen contamineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen contamineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecontamineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecontamineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecontamineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecontamineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecontamineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecontamineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult contamineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecontamineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecontamineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecontamineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse contaminer (met het voorvoegsel con- en met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van contamineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
contamineer gebiedende wijs contamineren
contamineerde verleden tijd contamineren
contamineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon contamineren
contamineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon contamineren
contaminere aanvoegende wijs contamineren
contaminerend onvoltooid deelwoord contamineren
contaminerende woordvorm contamineren
gecontamineerd voltooid deelwoord contamineren
gecontamineerde woordvorm contamineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van contamineren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over contamineren

Wat betekent contamineren?
Contamineren is een werkwoord. Het woord betekent: verontreinigen, vervuilen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je contamineren?
Je vervoegt contamineren als volgt: de tegenwoordige tijd is contamineer, de verleden tijd is contamineerde en het voltooid deelwoord is gecontamineerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord contamineren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. A 1
  6. M 3
  7. I 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

contamineren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. A 1
  6. M 3
  7. I 2
  8. N 1
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 zonder bonus
  14. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

contamineren in het kort

contamineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van contamineren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort contamineren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

contamineren: verontreinigen, vervuilen
Deel contamineren — standaardnederlands.nl