contamineren
werkwoordBetekenis
- verontreinigen, vervuilen
- door elkaar halen
werkwoord
- verontreinigen, vervuilen, besmetten
Vervoeging van contamineren
contaminerenhele werkwoord — contamineerdeverleden tijd enkelvoud — contamineerdenverleden tijd meervoud — gecontamineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | contamineer | contamineerde |
| jij | contamineert | contamineerde |
| hij, zij, het | contamineert | contamineerde |
| wij | contamineren | contamineerden |
| jullie | contamineren | contamineerden |
| zij | contamineren | contamineerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| contamineer | gebiedende wijs |
| contamineerde | verleden tijd |
| contaminere | aanvoegende wijs |
| contaminerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecontamineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecontamineerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecontamineerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecontamineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecontamineerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecontamineerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecontamineerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecontamineerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecontamineerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecontamineerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecontamineerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecontamineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecontamineerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecontamineerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecontamineerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecontamineerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecontamineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecontamineerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecontamineerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecontamineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te contamineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecontamineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen contamineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecontamineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecontamineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecontamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecontamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecontamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecontamineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecontamineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecontamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecontamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecontamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecontamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecontamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecontamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecontamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecontamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecontamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecontamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecontamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecontamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecontamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecontamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecontamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen contamineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecontamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecontamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecontamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecontamineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecontamineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecontamineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult contamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecontamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecontamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecontamineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse contaminer (met het voorvoegsel con- en met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van contamineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| contamineer | gebiedende wijs | contamineren |
| contamineerde | verleden tijd | contamineren |
| contamineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | contamineren |
| contamineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | contamineren |
| contaminere | aanvoegende wijs | contamineren |
| contaminerend | onvoltooid deelwoord | contamineren |
| contaminerende | woordvorm | contamineren |
| gecontamineerd | voltooid deelwoord | contamineren |
| gecontamineerde | woordvorm | contamineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van contamineren zijn vastgelegd.