conserveren
werkwoordBetekenis
- verduurzamen, tegen bederf beschermen
- in stand houden van iets
Vervoeging van conserveren
conserverenhele werkwoord — conserveerdeverleden tijd enkelvoud — conserveerdenverleden tijd meervoud — geconserveerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | conserveer | conserveerde |
| jij | conserveert | conserveerde |
| hij, zij, het | conserveert | conserveerde |
| wij | conserveren | conserveerden |
| jullie | conserveren | conserveerden |
| zij | conserveren | conserveerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| conserveer | gebiedende wijs |
| conserveerde | verleden tijd |
| conservere | aanvoegende wijs |
| conserverend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geconserveerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geconserveerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geconserveerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geconserveerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geconserveerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geconserveerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geconserveerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geconserveerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconserveerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconserveerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconserveerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconserveerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconserveerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconserveerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconserveerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconserveerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconserveerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconserveerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconserveerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconserveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconserveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconserveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconserveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconserveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconserveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconserveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconserveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te conserveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconserveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen conserveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geconserveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconserveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geconserveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconserveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geconserveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geconserveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geconserveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geconserveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconserveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconserveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconserveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geconserveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconserveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geconserveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconserveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconserveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconserveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconserveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconserveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconserveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconserveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconserveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconserveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconserveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconserveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconserveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconserveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconserveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen conserveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geconserveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconserveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconserveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconserveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconserveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconserveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult conserveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geconserveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconserveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconserveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bewaren’ voor het eerst aangetroffen in 1526
Woordfamilie van conserveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| conserveer | gebiedende wijs | conserveren |
| conserveerde | verleden tijd | conserveren |
| conserveerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | conserveren |
| conserveert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | conserveren |
| conservere | aanvoegende wijs | conserveren |
| geconserveerd | voltooid deelwoord | conserveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van conserveren zijn vastgelegd.