consacreren
werkwoordBetekenis
- consecratie verrichten
Vervoeging van consacreren
consacrerenhele werkwoord — consacreerdeverleden tijd enkelvoud — consacreerdenverleden tijd meervoud — geconsacreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | consacreer | consacreerde |
| jij | consacreert | consacreerde |
| hij, zij, het | consacreert | consacreerde |
| wij | consacreren | consacreerden |
| jullie | consacreren | consacreerden |
| zij | consacreren | consacreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| consacreer | gebiedende wijs |
| consacreerde | verleden tijd |
| consacrere | aanvoegende wijs |
| consacrerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geconsacreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geconsacreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geconsacreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geconsacreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geconsacreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geconsacreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geconsacreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geconsacreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconsacreerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconsacreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconsacreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconsacreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconsacreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconsacreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconsacreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconsacreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconsacreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconsacreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconsacreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconsacreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te consacreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconsacreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen consacreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geconsacreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geconsacreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconsacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconsacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconsacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geconsacreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconsacreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geconsacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconsacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconsacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconsacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconsacreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconsacreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconsacreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconsacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconsacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconsacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconsacreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconsacreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconsacreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconsacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconsacreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen consacreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geconsacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconsacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconsacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconsacreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconsacreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconsacreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult consacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geconsacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconsacreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconsacreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘wijden’ voor het eerst aangetroffen in 1276
Woordfamilie van consacreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| consacreer | gebiedende wijs | consacreren |
| consacreerde | verleden tijd | consacreren |
| consacreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | consacreren |
| consacreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | consacreren |
| consacrere | aanvoegende wijs | consacreren |
| consacrerend | onvoltooid deelwoord | consacreren |
| consacrerende | woordvorm | consacreren |
| geconsacreerd | voltooid deelwoord | consacreren |
| geconsacreerde | woordvorm | consacreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van consacreren zijn vastgelegd.