confisqueren
werkwoordBetekenis
- van staatswege in beslag nemen
Vervoeging van confisqueren
confisquerenhele werkwoord — confisqueerdeverleden tijd enkelvoud — confisqueerdenverleden tijd meervoud — geconfisqueerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | confisqueer | confisqueerde |
| jij | confisqueert | confisqueerde |
| hij, zij, het | confisqueert | confisqueerde |
| wij | confisqueren | confisqueerden |
| jullie | confisqueren | confisqueerden |
| zij | confisqueren | confisqueerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| confisqueer | gebiedende wijs |
| confisqueerde | verleden tijd |
| confisquere | aanvoegende wijs |
| confisquerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geconfisqueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geconfisqueerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geconfisqueerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geconfisqueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geconfisqueerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geconfisqueerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geconfisqueerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geconfisqueerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconfisqueerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconfisqueerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconfisqueerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconfisqueerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconfisqueerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconfisqueerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconfisqueerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconfisqueerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconfisqueerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconfisqueerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconfisqueerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconfisqueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te confisqueren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconfisqueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen confisqueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geconfisqueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geconfisqueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconfisqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconfisqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconfisqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geconfisqueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconfisqueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geconfisqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconfisqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconfisqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconfisqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconfisqueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconfisqueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconfisqueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconfisqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconfisqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconfisqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconfisqueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconfisqueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconfisqueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconfisqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconfisqueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen confisqueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geconfisqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconfisqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconfisqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconfisqueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconfisqueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconfisqueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult confisqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geconfisqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconfisqueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconfisqueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verbeurdverklaren’ voor het eerst aangetroffen in 1467
Woordfamilie van confisqueren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| confisqueer | gebiedende wijs | confisqueren |
| confisqueerde | verleden tijd | confisqueren |
| confisqueerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | confisqueren |
| confisqueert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | confisqueren |
| confisquere | aanvoegende wijs | confisqueren |
| confisquerend | onvoltooid deelwoord | confisqueren |
| confisquerende | woordvorm | confisqueren |
| geconfisqueerd | voltooid deelwoord | confisqueren |
| geconfisqueerde | woordvorm | confisqueren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van confisqueren zijn vastgelegd.