confirmeren
werkwoordBetekenis
- (schriftelijk) bevestigen, bekrachtigen
- bevestigen, opnemen als lidmaat in een protestantse kerk
- vormen, inzegenen in de rooms-katholieke kerk
werkwoord
- bevestigen, bekrachtigen
Vervoeging van confirmeren
confirmerenhele werkwoord — confirmeerdeverleden tijd enkelvoud — confirmeerdenverleden tijd meervoud — geconfirmeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | confirmeer | confirmeerde |
| jij | confirmeert | confirmeerde |
| hij, zij, het | confirmeert | confirmeerde |
| wij | confirmeren | confirmeerden |
| jullie | confirmeren | confirmeerden |
| zij | confirmeren | confirmeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| confirmeer | gebiedende wijs |
| confirmeerde | verleden tijd |
| confirmere | aanvoegende wijs |
| confirmerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geconfirmeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geconfirmeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geconfirmeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geconfirmeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geconfirmeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geconfirmeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geconfirmeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geconfirmeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconfirmeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconfirmeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconfirmeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconfirmeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconfirmeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconfirmeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconfirmeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconfirmeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconfirmeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconfirmeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconfirmeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconfirmeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te confirmeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconfirmeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen confirmeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geconfirmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geconfirmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconfirmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconfirmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconfirmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geconfirmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconfirmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geconfirmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconfirmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconfirmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconfirmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconfirmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconfirmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconfirmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconfirmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconfirmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconfirmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconfirmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconfirmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconfirmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconfirmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconfirmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen confirmeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geconfirmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconfirmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconfirmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconfirmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconfirmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconfirmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult confirmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geconfirmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconfirmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconfirmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bevestigen’ voor het eerst aangetroffen in 1276
Woordfamilie van confirmeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| confirmeer | gebiedende wijs | confirmeren |
| confirmeerde | verleden tijd | confirmeren |
| confirmeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | confirmeren |
| confirmeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | confirmeren |
| confirmere | aanvoegende wijs | confirmeren |
| confirmerend | onvoltooid deelwoord | confirmeren |
| confirmerende | woordvorm | confirmeren |
| geconfirmeerd | voltooid deelwoord | confirmeren |
| geconfirmeerde | woordvorm | confirmeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van confirmeren zijn vastgelegd.