Naar de inhoud

confirmeren

(schriftelijk) bevestigen, bekrachtigen

confirmeren

werkwoord

Betekenis

  1. (schriftelijk) bevestigen, bekrachtigen
  2. bevestigen, opnemen als lidmaat in een protestantse kerk
  3. vormen, inzegenen in de rooms-katholieke kerk

werkwoord

  1. bevestigen, bekrachtigen

Vervoeging van confirmeren

confirmerenhele werkwoord — confirmeerdeverleden tijd enkelvoud — confirmeerdenverleden tijd meervoud — geconfirmeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik confirmeer confirmeerde
jij confirmeert confirmeerde
hij, zij, het confirmeert confirmeerde
wij confirmeren confirmeerden
jullie confirmeren confirmeerden
zij confirmeren confirmeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
confirmeer gebiedende wijs
confirmeerde verleden tijd
confirmere aanvoegende wijs
confirmerend onvoltooid, deelwoord
er is geconfirmeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geconfirmeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geconfirmeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geconfirmeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geconfirmeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geconfirmeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geconfirmeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geconfirmeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geconfirmeerd verleden tijd, deelwoord
geconfirmeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconfirmeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconfirmeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconfirmeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconfirmeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconfirmeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconfirmeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconfirmeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconfirmeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconfirmeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconfirmeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te confirmeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geconfirmeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen confirmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geconfirmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geconfirmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geconfirmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconfirmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geconfirmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geconfirmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconfirmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geconfirmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geconfirmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconfirmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconfirmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconfirmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconfirmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconfirmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geconfirmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconfirmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconfirmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconfirmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconfirmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconfirmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geconfirmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconfirmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen confirmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geconfirmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconfirmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconfirmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconfirmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconfirmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconfirmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult confirmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geconfirmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geconfirmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geconfirmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bevestigen’ voor het eerst aangetroffen in 1276

Woordfamilie van confirmeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
confirmeer gebiedende wijs confirmeren
confirmeerde verleden tijd confirmeren
confirmeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon confirmeren
confirmeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon confirmeren
confirmere aanvoegende wijs confirmeren
confirmerend onvoltooid deelwoord confirmeren
confirmerende woordvorm confirmeren
geconfirmeerd voltooid deelwoord confirmeren
geconfirmeerde woordvorm confirmeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van confirmeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over confirmeren

Wat betekent confirmeren?
Confirmeren is een werkwoord. Het woord betekent: (schriftelijk) bevestigen, bekrachtigen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je confirmeren?
Je vervoegt confirmeren als volgt: de tegenwoordige tijd is confirmeer, de verleden tijd is confirmeerde en het voltooid deelwoord is geconfirmeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord confirmeren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. F 4
  5. I 1
  6. R 2
  7. M 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

confirmeren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. F 4
  5. I 2
  6. R 2
  7. M 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

confirmeren in het kort

confirmeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van confirmeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort confirmeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

confirmeren: (schriftelijk) bevestigen, bekrachtigen
Deel confirmeren — standaardnederlands.nl