Naar de inhoud

concentreren

centraliseren, op één plek samenbrengen

concentreren

werkwoord

Betekenis

  1. centraliseren, op één plek samenbrengen
  2. zich ~ op één zaak toespitsen
  3. het ontdoen van overtollig oplosmiddel van een oplossing

Vervoeging van concentreren

concentrerenhele werkwoord — concentreerdeverleden tijd enkelvoud — concentreerdenverleden tijd meervoud — geconcentreerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik concentreer concentreerde
jij concentreert concentreerde
hij, zij, het concentreert concentreerde
wij concentreren concentreerden
jullie concentreren concentreerden
zij concentreren concentreerden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
concentreer gebiedende wijs
concentreer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
concentreer u/je , concentreert je gebiedende wijs
concentreerde verleden tijd
concentreerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
concentreerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
concentreerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
concentreerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
concentreerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
concentreerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
concentreerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
concentreerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
concentreerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
concentreerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
concentreert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
concentreert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
concentreert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
concentreert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
concentreert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
concentreert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
concentrere aanvoegende wijs
concentrere zich aanvoegende wijs
concentreren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
concentreren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
concentreren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
concentrerend onvoltooid, deelwoord
er is geconcentreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geconcentreerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geconcentreerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geconcentreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geconcentreerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geconcentreerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geconcentreerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geconcentreerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geconcentreerd verleden tijd, deelwoord
geconcentreerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconcentreerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconcentreerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconcentreerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconcentreerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconcentreerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconcentreerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconcentreerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconcentreerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconcentreerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geconcentreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geconcentreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geconcentreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geconcentreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geconcentreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geconcentreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geconcentreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconcentreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te concentreren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geconcentreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen concentreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geconcentreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconcentreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geconcentreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconcentreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geconcentreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geconcentreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geconcentreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geconcentreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal concentreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal concentreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal concentreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geconcentreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconcentreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geconcentreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geconcentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconcentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geconcentreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconcentreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me concentreren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich concentreren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je concentreren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich concentrerend onvoltooid, deelwoord
zich geconcentreerd hebben verleden tijd
zijn geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geconcentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou concentreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou concentreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou concentreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geconcentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconcentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconcentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geconcentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconcentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geconcentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconcentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconcentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconcentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden concentreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden concentreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden concentreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geconcentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconcentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconcentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconcentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geconcentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geconcentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconcentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconcentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconcentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt concentreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geconcentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconcentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconcentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen concentreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen concentreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen concentreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen concentreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verenigen’ voor het eerst aangetroffen in 1777

Woordfamilie van concentreren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
concentreer gebiedende wijs concentreren
concentreerde verleden tijd concentreren
concentreerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon concentreren
concentreert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon concentreren
concentrere aanvoegende wijs concentreren
concentrerend onvoltooid deelwoord concentreren
concentrerende woordvorm concentreren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van concentreren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over concentreren

Wat is de betekenis van concentreren?
Concentreren is een werkwoord. De betekenis is: centraliseren, op één plek samenbrengen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik concentreren?
Zo vervoeg je concentreren zo: de tegenwoordige tijd is concentreer, de verleden tijd is concentreerde en het voltooid deelwoord is geconcentreerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord concentreren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. C 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. T 2
  8. R 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

concentreren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. C 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. T 2
  8. R 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

concentreren in het kort

concentreren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van concentreren staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort concentreren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

concentreren: centraliseren, op één plek samenbrengen
Deel concentreren — standaardnederlands.nl