concentreren
werkwoordBetekenis
- centraliseren, op één plek samenbrengen
- zich ~ op één zaak toespitsen
- het ontdoen van overtollig oplosmiddel van een oplossing
Vervoeging van concentreren
concentrerenhele werkwoord — concentreerdeverleden tijd enkelvoud — concentreerdenverleden tijd meervoud — geconcentreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | concentreer | concentreerde |
| jij | concentreert | concentreerde |
| hij, zij, het | concentreert | concentreerde |
| wij | concentreren | concentreerden |
| jullie | concentreren | concentreerden |
| zij | concentreren | concentreerden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| concentreer | gebiedende wijs |
| concentreer me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| concentreer u/je , concentreert je | gebiedende wijs |
| concentreerde | verleden tijd |
| concentreerde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| concentreerde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| concentreerde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| concentreerde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| concentreerde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| concentreerde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| concentreerde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| concentreerden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| concentreerden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| concentreerden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| concentreert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| concentreert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| concentreert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| concentreert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| concentreert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| concentreert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| concentrere | aanvoegende wijs |
| concentrere zich | aanvoegende wijs |
| concentreren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| concentreren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| concentreren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| concentrerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geconcentreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geconcentreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geconcentreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geconcentreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geconcentreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geconcentreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geconcentreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geconcentreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconcentreerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconcentreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconcentreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconcentreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconcentreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconcentreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconcentreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconcentreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconcentreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconcentreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconcentreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconcentreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te concentreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconcentreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen concentreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geconcentreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geconcentreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconcentreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconcentreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconcentreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geconcentreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconcentreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geconcentreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconcentreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me concentreren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich concentreren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je concentreren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich concentrerend | onvoltooid, deelwoord |
| zich geconcentreerd hebben | verleden tijd |
| zijn geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geconcentreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconcentreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconcentreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconcentreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geconcentreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconcentreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geconcentreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconcentreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconcentreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconcentreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconcentreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconcentreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconcentreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconcentreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geconcentreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geconcentreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconcentreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconcentreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconcentreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconcentreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconcentreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconcentreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen concentreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen concentreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verenigen’ voor het eerst aangetroffen in 1777
Woordfamilie van concentreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| concentreer | gebiedende wijs | concentreren |
| concentreerde | verleden tijd | concentreren |
| concentreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | concentreren |
| concentreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | concentreren |
| concentrere | aanvoegende wijs | concentreren |
| concentrerend | onvoltooid deelwoord | concentreren |
| concentrerende | woordvorm | concentreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van concentreren zijn vastgelegd.