concelebreren
werkwoordBetekenis
- gezamenlijk ('con') (de heilige mis) opdragen
Vervoeging van concelebreren
concelebrerenhele werkwoord — concelebreerdeverleden tijd enkelvoud — concelebreerdenverleden tijd meervoud — geconcelebreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | concelebreer | concelebreerde |
| jij | concelebreert | concelebreerde |
| hij, zij, het | concelebreert | concelebreerde |
| wij | concelebreren | concelebreerden |
| jullie | concelebreren | concelebreerden |
| zij | concelebreren | concelebreerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| concelebreer | gebiedende wijs |
| concelebreerde | verleden tijd |
| concelebrere | aanvoegende wijs |
| concelebrerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geconcelebreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geconcelebreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geconcelebreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geconcelebreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geconcelebreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geconcelebreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geconcelebreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geconcelebreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconcelebreerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconcelebreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconcelebreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconcelebreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconcelebreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconcelebreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconcelebreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconcelebreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconcelebreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconcelebreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconcelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconcelebreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconcelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconcelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconcelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconcelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconcelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconcelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te concelebreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconcelebreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen concelebreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconcelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconcelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconcelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconcelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconcelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconcelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconcelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconcelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconcelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconcelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen concelebreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geconcelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconcelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconcelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult concelebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geconcelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gezamenlijk de mis opdragen’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van concelebreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| concelebreer | gebiedende wijs | concelebreren |
| concelebreerde | verleden tijd | concelebreren |
| concelebreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | concelebreren |
| concelebreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | concelebreren |
| concelebrere | aanvoegende wijs | concelebreren |
| concelebrerend | onvoltooid deelwoord | concelebreren |
| concelebrerende | woordvorm | concelebreren |
| geconcelebreerd | voltooid deelwoord | concelebreren |
| geconcelebreerde | woordvorm | concelebreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van concelebreren zijn vastgelegd.