| - |
impersonal, passief
|
| concateneer |
gebiedende wijs
|
| concateneerde |
verleden tijd
|
| concatenere |
aanvoegende wijs
|
| concatenerend |
onvoltooid, deelwoord
|
| er is geconcateneerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was geconcateneerd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd geconcateneerd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt geconcateneerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal geconcateneerd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal geconcateneerd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou geconcateneerd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou geconcateneerd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| geconcateneerd |
verleden tijd, deelwoord
|
| geconcateneerd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| geconcateneerd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| geconcateneerd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geconcateneerd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geconcateneerd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geconcateneerd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| geconcateneerd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| geconcateneerd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| geconcateneerd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| geconcateneerd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had geconcateneerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had geconcateneerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had geconcateneerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden geconcateneerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden geconcateneerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden geconcateneerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt geconcateneerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb geconcateneerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben geconcateneerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben geconcateneerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben geconcateneerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben geconcateneerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt geconcateneerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft geconcateneerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft geconcateneerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is geconcateneerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te concateneren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te hebben geconcateneerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen concateneren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waren geconcateneerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was geconcateneerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd geconcateneerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werden geconcateneerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| worden geconcateneerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt geconcateneerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zal geconcateneerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geconcateneerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal geconcateneerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal geconcateneerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal geconcateneerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zijn geconcateneerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zou concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zou geconcateneerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geconcateneerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geconcateneerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou geconcateneerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou geconcateneerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zouden geconcateneerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden geconcateneerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden geconcateneerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden geconcateneerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden geconcateneerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zoudt concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zoudt geconcateneerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zullen concateneren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zullen geconcateneerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen geconcateneerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen geconcateneerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen geconcateneerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen geconcateneerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zult concateneren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zult geconcateneerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|