Naar de inhoud

concateneren

achter elkaar plaatsen

concateneren

werkwoord

Betekenis

  1. achter elkaar plaatsen

Vervoeging van concateneren

concatenerenhele werkwoord — concateneerdeverleden tijd enkelvoud — concateneerdenverleden tijd meervoud — geconcateneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik concateneer concateneerde
jij concateneert concateneerde
hij, zij, het concateneert concateneerde
wij concateneren concateneerden
jullie concateneren concateneerden
zij concateneren concateneerden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
concateneer gebiedende wijs
concateneerde verleden tijd
concatenere aanvoegende wijs
concatenerend onvoltooid, deelwoord
er is geconcateneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geconcateneerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geconcateneerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geconcateneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geconcateneerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geconcateneerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geconcateneerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geconcateneerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geconcateneerd verleden tijd, deelwoord
geconcateneerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconcateneerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconcateneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconcateneerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconcateneerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconcateneerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconcateneerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconcateneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconcateneerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconcateneerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geconcateneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geconcateneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geconcateneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geconcateneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geconcateneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geconcateneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geconcateneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geconcateneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconcateneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geconcateneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconcateneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geconcateneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geconcateneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconcateneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconcateneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geconcateneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te concateneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geconcateneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen concateneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren geconcateneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geconcateneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geconcateneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden geconcateneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden geconcateneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geconcateneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal concateneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal concateneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal concateneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geconcateneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconcateneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geconcateneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geconcateneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geconcateneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geconcateneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou concateneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou concateneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou concateneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geconcateneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconcateneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconcateneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geconcateneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geconcateneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden concateneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden concateneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden concateneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geconcateneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconcateneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconcateneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconcateneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconcateneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt concateneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geconcateneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen concateneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen concateneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen concateneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen concateneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geconcateneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconcateneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconcateneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconcateneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconcateneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult concateneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geconcateneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van concateneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
concateneer gebiedende wijs concateneren
concateneerde verleden tijd concateneren
concateneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon concateneren
concateneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon concateneren
concatenere aanvoegende wijs concateneren
concatenerend onvoltooid deelwoord concateneren
concatenerende woordvorm concateneren
geconcateneerd voltooid deelwoord concateneren
geconcateneerde woordvorm concateneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van concateneren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over concateneren

Wat betekent concateneren?
Concateneren is een werkwoord. Het woord betekent: achter elkaar plaatsen.
Hoe vervoeg je concateneren?
Je vervoegt concateneren als volgt: de tegenwoordige tijd is concateneer, de verleden tijd is concateneerde en het voltooid deelwoord is geconcateneerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord concateneren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. C 5
  5. A 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

concateneren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. C 5
  5. A 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 zonder bonus
  14. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

concateneren in het kort

concateneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van concateneren zijn 65 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort concateneren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

concateneren: achter elkaar plaatsen
Deel concateneren — standaardnederlands.nl