Naar de inhoud

comprimeren

samenpersen, compact maken

comprimeren

werkwoord

Betekenis

  1. samenpersen, compact maken
  2. in een extra compact dataformaat brengen, zippen

Vervoeging van comprimeren

comprimerenhele werkwoord — comprimeerdeverleden tijd enkelvoud — comprimeerdenverleden tijd meervoud — gecomprimeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik comprimeer comprimeerde
jij comprimeert comprimeerde
hij, zij, het comprimeert comprimeerde
wij comprimeren comprimeerden
jullie comprimeren comprimeerden
zij comprimeren comprimeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
comprimeer gebiedende wijs
comprimeerde verleden tijd
comprimere aanvoegende wijs
comprimerend onvoltooid, deelwoord
er is gecomprimeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecomprimeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecomprimeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecomprimeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecomprimeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecomprimeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecomprimeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecomprimeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecomprimeerd verleden tijd, deelwoord
gecomprimeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecomprimeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecomprimeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecomprimeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecomprimeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecomprimeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecomprimeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecomprimeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecomprimeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecomprimeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecomprimeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te comprimeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecomprimeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen comprimeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecomprimeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecomprimeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecomprimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecomprimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecomprimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecomprimeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecomprimeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecomprimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecomprimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecomprimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecomprimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecomprimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecomprimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecomprimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecomprimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecomprimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecomprimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecomprimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecomprimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecomprimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecomprimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecomprimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen comprimeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecomprimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecomprimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecomprimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecomprimeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecomprimeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecomprimeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult comprimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecomprimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecomprimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecomprimeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘samenpersen’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Woordfamilie van comprimeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
comprimeer gebiedende wijs comprimeren
comprimeerde verleden tijd comprimeren
comprimeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon comprimeren
comprimeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon comprimeren
comprimere aanvoegende wijs comprimeren
comprimerend onvoltooid deelwoord comprimeren
comprimerende woordvorm comprimeren
gecomprimeerd voltooid deelwoord comprimeren
gecomprimeerde woordvorm comprimeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van comprimeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over comprimeren

Wat betekent comprimeren?
Comprimeren is een werkwoord. Het woord betekent: samenpersen, compact maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je comprimeren?
Je vervoegt comprimeren als volgt: de tegenwoordige tijd is comprimeer, de verleden tijd is comprimeerde en het voltooid deelwoord is gecomprimeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord comprimeren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. P 3
  5. R 2
  6. I 1
  7. M 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

comprimeren levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. P 4
  5. R 2
  6. I 2
  7. M 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 zonder bonus
  13. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

comprimeren in het kort

comprimeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van comprimeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort comprimeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

comprimeren: samenpersen, compact maken
Deel comprimeren — standaardnederlands.nl