comprimeren
werkwoordBetekenis
- samenpersen, compact maken
- in een extra compact dataformaat brengen, zippen
Vervoeging van comprimeren
comprimerenhele werkwoord — comprimeerdeverleden tijd enkelvoud — comprimeerdenverleden tijd meervoud — gecomprimeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | comprimeer | comprimeerde |
| jij | comprimeert | comprimeerde |
| hij, zij, het | comprimeert | comprimeerde |
| wij | comprimeren | comprimeerden |
| jullie | comprimeren | comprimeerden |
| zij | comprimeren | comprimeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| comprimeer | gebiedende wijs |
| comprimeerde | verleden tijd |
| comprimere | aanvoegende wijs |
| comprimerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecomprimeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecomprimeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecomprimeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecomprimeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecomprimeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecomprimeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecomprimeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecomprimeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecomprimeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecomprimeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecomprimeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecomprimeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecomprimeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecomprimeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecomprimeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecomprimeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecomprimeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecomprimeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecomprimeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecomprimeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te comprimeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecomprimeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen comprimeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecomprimeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecomprimeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecomprimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecomprimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecomprimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecomprimeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecomprimeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecomprimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecomprimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecomprimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecomprimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecomprimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecomprimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecomprimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecomprimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecomprimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecomprimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecomprimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecomprimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecomprimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecomprimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecomprimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen comprimeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecomprimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecomprimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecomprimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecomprimeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecomprimeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecomprimeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult comprimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecomprimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecomprimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecomprimeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘samenpersen’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van comprimeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| comprimeer | gebiedende wijs | comprimeren |
| comprimeerde | verleden tijd | comprimeren |
| comprimeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | comprimeren |
| comprimeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | comprimeren |
| comprimere | aanvoegende wijs | comprimeren |
| comprimerend | onvoltooid deelwoord | comprimeren |
| comprimerende | woordvorm | comprimeren |
| gecomprimeerd | voltooid deelwoord | comprimeren |
| gecomprimeerde | woordvorm | comprimeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van comprimeren zijn vastgelegd.