Naar de inhoud

competeren

rechtmatig toekomen

competeren

werkwoord

Betekenis

  1. rechtmatig toekomen

Vervoeging van competeren

competerenhele werkwoord — competeerdeverleden tijd enkelvoud — competeerdenverleden tijd meervoud — gecompeteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik competeer competeerde
jij competeert competeerde
hij, zij, het competeert competeerde
wij competeren competeerden
jullie competeren competeerden
zij competeren competeerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
competeer gebiedende wijs
competeerde verleden tijd
competere aanvoegende wijs
competerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gecompeteerd verleden tijd, deelwoord
gecompeteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecompeteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecompeteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecompeteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecompeteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecompeteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecompeteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecompeteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecompeteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecompeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecompeteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecompeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecompeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecompeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecompeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecompeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecompeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te competeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecompeteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen competeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal competeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal competeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal competeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecompeteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecompeteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecompeteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou competeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou competeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou competeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecompeteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecompeteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecompeteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden competeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden competeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden competeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecompeteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecompeteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecompeteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt competeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecompeteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen competeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen competeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen competeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen competeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecompeteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecompeteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecompeteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult competeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecompeteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse compéter of daarvoor van het Latijnse 'competere' (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van competeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
competeer gebiedende wijs competeren
competeerde verleden tijd competeren
competeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon competeren
competeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon competeren
competere aanvoegende wijs competeren
competerend onvoltooid deelwoord competeren
competerende woordvorm competeren
gecompeteerd voltooid deelwoord competeren
gecompeteerde woordvorm competeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van competeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over competeren

Wat is de betekenis van competeren?
Competeren is een werkwoord. De betekenis is: rechtmatig toekomen.
Hoe vervoeg ik competeren?
Zo vervoeg je competeren zo: de tegenwoordige tijd is competeer, de verleden tijd is competeerde en het voltooid deelwoord is gecompeteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord competeren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. P 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

competeren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. P 4
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

competeren in het kort

competeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van competeren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort competeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

competeren: rechtmatig toekomen
Deel competeren — standaardnederlands.nl