committeren
werkwoordBetekenis
- met een opdracht of volmacht afvaardigen, opdragen, belasten
Vervoeging van committeren
committerenhele werkwoord — committeerdeverleden tijd enkelvoud — committeerdenverleden tijd meervoud — gecommitteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | committeer | committeerde |
| jij | committeert | committeerde |
| hij, zij, het | committeert | committeerde |
| wij | committeren | committeerden |
| jullie | committeren | committeerden |
| zij | committeren | committeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| committeer | gebiedende wijs |
| committeerde | verleden tijd |
| committere | aanvoegende wijs |
| committerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecommitteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecommitteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecommitteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecommitteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecommitteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecommitteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecommitteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecommitteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecommitteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecommitteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecommitteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecommitteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecommitteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecommitteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecommitteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecommitteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecommitteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecommitteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecommitteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecommitteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te committeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecommitteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen committeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecommitteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecommitteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal committeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal committeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal committeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecommitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecommitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecommitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecommitteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecommitteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecommitteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou committeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou committeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou committeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecommitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecommitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecommitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecommitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecommitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecommitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden committeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden committeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden committeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecommitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecommitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecommitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecommitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecommitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecommitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt committeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecommitteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecommitteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen committeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen committeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen committeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen committeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecommitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecommitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecommitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecommitteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecommitteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecommitteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult committeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecommitteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecommitteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecommitteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘opdragen, belasten’ voor het eerst aangetroffen in 1370
Woordfamilie van committeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| committeer | gebiedende wijs | committeren |
| committeerde | verleden tijd | committeren |
| committeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | committeren |
| committeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | committeren |
| committere | aanvoegende wijs | committeren |
| committerend | onvoltooid deelwoord | committeren |
| committerende | woordvorm | committeren |
| gecommitteerd | voltooid deelwoord | committeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van committeren zijn vastgelegd.