Naar de inhoud

committeren

met een opdracht of volmacht afvaardigen, opdragen, belasten

committeren

werkwoord

Betekenis

  1. met een opdracht of volmacht afvaardigen, opdragen, belasten

Vervoeging van committeren

committerenhele werkwoord — committeerdeverleden tijd enkelvoud — committeerdenverleden tijd meervoud — gecommitteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik committeer committeerde
jij committeert committeerde
hij, zij, het committeert committeerde
wij committeren committeerden
jullie committeren committeerden
zij committeren committeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
committeer gebiedende wijs
committeerde verleden tijd
committere aanvoegende wijs
committerend onvoltooid, deelwoord
er is gecommitteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecommitteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecommitteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecommitteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecommitteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecommitteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecommitteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecommitteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecommitteerd verleden tijd, deelwoord
gecommitteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecommitteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecommitteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecommitteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecommitteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecommitteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecommitteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecommitteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecommitteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecommitteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecommitteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecommitteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecommitteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecommitteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecommitteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecommitteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecommitteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecommitteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te committeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecommitteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen committeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecommitteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecommitteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecommitteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecommitteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecommitteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecommitteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecommitteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecommitteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal committeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal committeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal committeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecommitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecommitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecommitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecommitteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecommitteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecommitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou committeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou committeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou committeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecommitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecommitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecommitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecommitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecommitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecommitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden committeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden committeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden committeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecommitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecommitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecommitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecommitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecommitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecommitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt committeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecommitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecommitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen committeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen committeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen committeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen committeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecommitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecommitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecommitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecommitteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecommitteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecommitteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult committeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecommitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecommitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecommitteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘opdragen, belasten’ voor het eerst aangetroffen in 1370

Woordfamilie van committeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
committeer gebiedende wijs committeren
committeerde verleden tijd committeren
committeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon committeren
committeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon committeren
committere aanvoegende wijs committeren
committerend onvoltooid deelwoord committeren
committerende woordvorm committeren
gecommitteerd voltooid deelwoord committeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van committeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over committeren

Wat is de betekenis van committeren?
Committeren is een werkwoord. De betekenis is: met een opdracht of volmacht afvaardigen, opdragen, belasten.
Hoe vervoeg ik committeren?
Zo vervoeg je committeren zo: de tegenwoordige tijd is committeer, de verleden tijd is committeerde en het voltooid deelwoord is gecommitteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord committeren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. I 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

committeren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. I 2
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

committeren in het kort

committeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van committeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort committeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

committeren: met een opdracht of volmacht afvaardigen, opdragen, belasten
Deel committeren — standaardnederlands.nl