colporteren
werkwoordBetekenis
- langs de huizen trachten te verkopen
Vervoeging van colporteren
colporterenhele werkwoord — colporteerdeverleden tijd enkelvoud — colporteerdenverleden tijd meervoud — gecolporteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | colporteer | colporteerde |
| jij | colporteert | colporteerde |
| hij, zij, het | colporteert | colporteerde |
| wij | colporteren | colporteerden |
| jullie | colporteren | colporteerden |
| zij | colporteren | colporteerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| colporteer | gebiedende wijs |
| colporteerde | verleden tijd |
| colportere | aanvoegende wijs |
| colporterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecolporteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecolporteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecolporteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecolporteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecolporteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecolporteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecolporteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecolporteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecolporteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecolporteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecolporteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecolporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecolporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecolporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecolporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecolporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecolporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecolporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecolporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecolporteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecolporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecolporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecolporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecolporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecolporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecolporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te colporteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecolporteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen colporteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecolporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecolporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecolporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecolporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecolporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecolporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecolporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecolporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecolporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecolporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen colporteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecolporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecolporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecolporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult colporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecolporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘te koop aanbieden’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van colporteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| colporteer | gebiedende wijs | colporteren |
| colporteerde | verleden tijd | colporteren |
| colporteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | colporteren |
| colporteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | colporteren |
| colportere | aanvoegende wijs | colporteren |
| colporterend | onvoltooid deelwoord | colporteren |
| colporterende | woordvorm | colporteren |
| gecolporteerd | voltooid deelwoord | colporteren |
| gecolporteerde | woordvorm | colporteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van colporteren zijn vastgelegd.