collectiviseren
werkwoordBetekenis
- tot gemeenschappelijk eigendom maken
Vervoeging van collectiviseren
collectiviserenhele werkwoord — collectiviseerdeverleden tijd enkelvoud — collectiviseerdenverleden tijd meervoud — gecollectiviseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | collectiviseer | collectiviseerde |
| jij | collectiviseert | collectiviseerde |
| hij, zij, het | collectiviseert | collectiviseerde |
| wij | collectiviseren | collectiviseerden |
| jullie | collectiviseren | collectiviseerden |
| zij | collectiviseren | collectiviseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| collectiviseer | gebiedende wijs |
| collectiviseerde | verleden tijd |
| collectivisere | aanvoegende wijs |
| collectiviserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecollectiviseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecollectiviseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecollectiviseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecollectiviseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecollectiviseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecollectiviseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecollectiviseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecollectiviseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecollectiviseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecollectiviseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecollectiviseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecollectiviseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecollectiviseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecollectiviseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecollectiviseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecollectiviseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecollectiviseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecollectiviseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecollectiviseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecollectiviseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te collectiviseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecollectiviseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen collectiviseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecollectiviseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecollectiviseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecollectiviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecollectiviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecollectiviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecollectiviseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecollectiviseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecollectiviseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecollectiviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecollectiviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecollectiviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecollectiviseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecollectiviseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecollectiviseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecollectiviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecollectiviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecollectiviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecollectiviseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecollectiviseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecollectiviseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecollectiviseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecollectiviseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen collectiviseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecollectiviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecollectiviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecollectiviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecollectiviseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecollectiviseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecollectiviseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult collectiviseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecollectiviseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecollectiviseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecollectiviseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse collectiviser met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van collectiviseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| collectiviseer | gebiedende wijs | collectiviseren |
| collectiviseerde | verleden tijd | collectiviseren |
| collectiviseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | collectiviseren |
| collectiviseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | collectiviseren |
| collectivisere | aanvoegende wijs | collectiviseren |
| collectiviserend | onvoltooid deelwoord | collectiviseren |
| collectiviserende | woordvorm | collectiviseren |
| gecollectiviseerd | voltooid deelwoord | collectiviseren |
| gecollectiviseerde | woordvorm | collectiviseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van collectiviseren zijn vastgelegd.