collationeren
werkwoordBetekenis
- vergelijken van twee teksten
Vervoeging van collationeren
collationerenhele werkwoord — collationeerdeverleden tijd enkelvoud — collationeerdenverleden tijd meervoud — gecollationeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | collationeer | collationeerde |
| jij | collationeert | collationeerde |
| hij, zij, het | collationeert | collationeerde |
| wij | collationeren | collationeerden |
| jullie | collationeren | collationeerden |
| zij | collationeren | collationeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| collationeer | gebiedende wijs |
| collationeerde | verleden tijd |
| collationere | aanvoegende wijs |
| collationerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecollationeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecollationeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecollationeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecollationeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecollationeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecollationeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecollationeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecollationeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecollationeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecollationeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecollationeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecollationeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecollationeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecollationeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecollationeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecollationeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecollationeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecollationeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecollationeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecollationeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te collationeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecollationeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen collationeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecollationeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecollationeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecollationeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecollationeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecollationeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecollationeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecollationeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecollationeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecollationeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecollationeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecollationeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecollationeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecollationeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecollationeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecollationeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecollationeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecollationeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecollationeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecollationeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecollationeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecollationeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecollationeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen collationeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecollationeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecollationeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecollationeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecollationeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecollationeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecollationeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult collationeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecollationeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecollationeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecollationeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘teksten vergelijken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1370
Woordfamilie van collationeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| collationeer | gebiedende wijs | collationeren |
| collationeerde | verleden tijd | collationeren |
| collationeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | collationeren |
| collationeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | collationeren |
| collationere | aanvoegende wijs | collationeren |
| collationerend | onvoltooid deelwoord | collationeren |
| collationerende | woordvorm | collationeren |
| gecollationeerd | voltooid deelwoord | collationeren |
| gecollationeerde | woordvorm | collationeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van collationeren zijn vastgelegd.