Naar de inhoud

collaboreren

meewerken, samenwerken

collaboreren

werkwoord

Betekenis

  1. meewerken, samenwerken
  2. sinds W.O. II: met de vijand samenwerken ('heulen')

Vervoeging van collaboreren

collaborerenhele werkwoord — collaboreerdeverleden tijd enkelvoud — collaboreerdenverleden tijd meervoud — gecollaboreerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik collaboreer collaboreerde
jij collaboreert collaboreerde
hij, zij, het collaboreert collaboreerde
wij collaboreren collaboreerden
jullie collaboreren collaboreerden
zij collaboreren collaboreerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
collaboreer gebiedende wijs
collaboreerde verleden tijd
collaborere aanvoegende wijs
collaborerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gecollaboreerd verleden tijd, deelwoord
gecollaboreerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecollaboreerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecollaboreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecollaboreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecollaboreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecollaboreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecollaboreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecollaboreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecollaboreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecollaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecollaboreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecollaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecollaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecollaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecollaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecollaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecollaboreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te collaboreren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecollaboreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen collaboreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecollaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecollaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecollaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecollaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecollaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecollaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecollaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecollaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecollaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecollaboreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen collaboreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecollaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecollaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecollaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult collaboreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecollaboreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met de vijand samenwerken’ voor het eerst aangetroffen in 1950

Woordfamilie van collaboreren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
collaboreer gebiedende wijs collaboreren
collaboreerde verleden tijd collaboreren
collaboreerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon collaboreren
collaboreert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon collaboreren
collaborere aanvoegende wijs collaboreren
collaborerend onvoltooid deelwoord collaboreren
collaborerende woordvorm collaboreren
gecollaboreerd voltooid deelwoord collaboreren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van collaboreren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over collaboreren

Wat betekent collaboreren?
Collaboreren is een werkwoord. Het woord betekent: meewerken, samenwerken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je collaboreren?
Je vervoegt collaboreren als volgt: de tegenwoordige tijd is collaboreer, de verleden tijd is collaboreerde en het voltooid deelwoord is gecollaboreerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord collaboreren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. A 1
  6. B 3
  7. O 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

collaboreren levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. A 1
  6. B 4
  7. O 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 zonder bonus
  14. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

collaboreren in het kort

collaboreren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van collaboreren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort collaboreren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

collaboreren: meewerken, samenwerken
Deel collaboreren — standaardnederlands.nl