coifferen
werkwoordBetekenis
- haar kappen, opkammen
- vleien
Vervoeging van coifferen
coifferenhele werkwoord — coiffeerdeverleden tijd enkelvoud — coiffeerdenverleden tijd meervoud — gecoiffeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | coiffeer | coiffeerde |
| jij | coiffeert | coiffeerde |
| hij, zij, het | coiffeert | coiffeerde |
| wij | coifferen | coiffeerden |
| jullie | coifferen | coiffeerden |
| zij | coifferen | coiffeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| coiffeer | gebiedende wijs |
| coiffeerde | verleden tijd |
| coiffere | aanvoegende wijs |
| coifferend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecoiffeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecoiffeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecoiffeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecoiffeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecoiffeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecoiffeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecoiffeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecoiffeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecoiffeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecoiffeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecoiffeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecoiffeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecoiffeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecoiffeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecoiffeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecoiffeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecoiffeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecoiffeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecoiffeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecoiffeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te coifferen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecoiffeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen coifferen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecoiffeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecoiffeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecoiffeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecoiffeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecoiffeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecoiffeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecoiffeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecoiffeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecoiffeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecoiffeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecoiffeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecoiffeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecoiffeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecoiffeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecoiffeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecoiffeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecoiffeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecoiffeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecoiffeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecoiffeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecoiffeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecoiffeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen coifferen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecoiffeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecoiffeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecoiffeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecoiffeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecoiffeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecoiffeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult coifferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecoiffeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecoiffeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecoiffeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vleien, opkammen’ voor het eerst aangetroffen in 1780
Woordfamilie van coifferen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| coiffeer | gebiedende wijs | coifferen |
| coiffeerde | verleden tijd | coifferen |
| coiffeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | coifferen |
| coiffeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | coifferen |
| coiffere | aanvoegende wijs | coifferen |
| coifferend | onvoltooid deelwoord | coifferen |
| coifferende | woordvorm | coifferen |
| gecoiffeerd | voltooid deelwoord | coifferen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van coifferen zijn vastgelegd.