Naar de inhoud

codificeren

in wettekst vastleggen

codificeren

werkwoord

Betekenis

  1. in wettekst vastleggen

Vervoeging van codificeren

codificerenhele werkwoord — codificeerdeverleden tijd enkelvoud — codificeerdenverleden tijd meervoud — gecodificeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik codificeer codificeerde
jij codificeert codificeerde
hij, zij, het codificeert codificeerde
wij codificeren codificeerden
jullie codificeren codificeerden
zij codificeren codificeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
codificeer gebiedende wijs
codificeerde verleden tijd
codificere aanvoegende wijs
codificerend onvoltooid, deelwoord
er is gecodificeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecodificeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecodificeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecodificeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecodificeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecodificeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecodificeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecodificeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecodificeerd verleden tijd, deelwoord
gecodificeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecodificeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecodificeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecodificeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecodificeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecodificeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecodificeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecodificeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecodificeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecodificeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecodificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecodificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecodificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecodificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecodificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecodificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecodificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecodificeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te codificeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecodificeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen codificeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecodificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecodificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecodificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecodificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecodificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecodificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecodificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecodificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal codificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal codificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal codificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecodificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecodificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecodificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecodificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecodificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecodificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou codificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou codificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou codificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecodificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecodificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecodificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecodificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecodificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecodificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden codificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden codificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden codificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecodificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecodificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecodificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecodificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecodificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecodificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt codificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecodificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecodificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen codificeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen codificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen codificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen codificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecodificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecodificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecodificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecodificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecodificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecodificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult codificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecodificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecodificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecodificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘tot een wetboek maken’ voor het eerst aangetroffen in 1875

Woordfamilie van codificeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
codificeer gebiedende wijs codificeren
codificeerde verleden tijd codificeren
codificeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon codificeren
codificeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon codificeren
codificere aanvoegende wijs codificeren
codificerend onvoltooid deelwoord codificeren
codificerende woordvorm codificeren
gecodificeerd voltooid deelwoord codificeren
gecodificeerde woordvorm codificeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van codificeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over codificeren

Wat betekent codificeren?
Codificeren is een werkwoord. Het woord betekent: in wettekst vastleggen.
Hoe vervoeg je codificeren?
Je vervoegt codificeren als volgt: de tegenwoordige tijd is codificeer, de verleden tijd is codificeerde en het voltooid deelwoord is gecodificeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord codificeren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. D 2
  4. I 1
  5. F 4
  6. I 1
  7. C 5
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

codificeren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. D 2
  4. I 2
  5. F 4
  6. I 2
  7. C 5
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 zonder bonus
  13. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

codificeren in het kort

codificeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van codificeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort codificeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

codificeren: in wettekst vastleggen
Deel codificeren — standaardnederlands.nl