coaguleren
werkwoordBetekenis
- een proces van uitvlokking doen ondergaan
- een proces van uitvlokking ondergaan
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van coaguleren
coagulerenhele werkwoord — coaguleerdeverleden tijd enkelvoud — coaguleerdenverleden tijd meervoud — gecoaguleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | coaguleer | coaguleerde |
| jij | coaguleert | coaguleerde |
| hij, zij, het | coaguleert | coaguleerde |
| wij | coaguleren | coaguleerden |
| jullie | coaguleren | coaguleerden |
| zij | coaguleren | coaguleerden |
Alle 61 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| coaguleer | gebiedende wijs |
| coaguleerde | verleden tijd |
| coagulere | aanvoegende wijs |
| coagulerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecoaguleerd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gecoaguleerd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gecoaguleerd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gecoaguleerd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gecoaguleerd worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gecoaguleerd zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gecoaguleerd worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gecoaguleerd zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecoaguleerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecoaguleerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecoaguleerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecoaguleerd te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecoaguleerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecoaguleerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecoaguleerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecoaguleerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecoaguleerd zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecoaguleerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecoaguleerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gecoaguleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is gecoaguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te coaguleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben/zijn gecoaguleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen coaguleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gecoaguleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecoaguleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecoaguleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gecoaguleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gecoaguleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecoaguleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecoaguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecoaguleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecoaguleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gecoaguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecoaguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecoaguleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecoaguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecoaguleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen coaguleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecoaguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecoaguleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult coaguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘klonters vormen’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van coaguleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| coaguleer | gebiedende wijs | coaguleren |
| coaguleerde | verleden tijd | coaguleren |
| coaguleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | coaguleren |
| coaguleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | coaguleren |
| coagulere | aanvoegende wijs | coaguleren |
| coagulerend | onvoltooid deelwoord | coaguleren |
| coagulerende | woordvorm | coaguleren |
| gecoaguleerd | voltooid deelwoord | coaguleren |
| gecoaguleerde | woordvorm | coaguleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van coaguleren zijn vastgelegd.