Naar de inhoud

coaguleren

een proces van uitvlokking doen ondergaan

coaguleren

werkwoord

Betekenis

  1. een proces van uitvlokking doen ondergaan
  2. een proces van uitvlokking ondergaan
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van coaguleren

coagulerenhele werkwoord — coaguleerdeverleden tijd enkelvoud — coaguleerdenverleden tijd meervoud — gecoaguleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik coaguleer coaguleerde
jij coaguleert coaguleerde
hij, zij, het coaguleert coaguleerde
wij coaguleren coaguleerden
jullie coaguleren coaguleerden
zij coaguleren coaguleerden
Alle 61 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
coaguleer gebiedende wijs
coaguleerde verleden tijd
coagulere aanvoegende wijs
coagulerend onvoltooid, deelwoord
er is gecoaguleerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was gecoaguleerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd gecoaguleerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt gecoaguleerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gecoaguleerd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gecoaguleerd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou gecoaguleerd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou gecoaguleerd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecoaguleerd verleden tijd, deelwoord
gecoaguleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecoaguleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecoaguleerd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecoaguleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecoaguleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecoaguleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecoaguleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecoaguleerd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecoaguleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecoaguleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben gecoaguleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is gecoaguleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te coaguleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben/zijn gecoaguleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen coaguleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gecoaguleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecoaguleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecoaguleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gecoaguleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gecoaguleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecoaguleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecoaguleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecoaguleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecoaguleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gecoaguleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecoaguleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecoaguleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecoaguleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecoaguleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen coaguleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecoaguleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecoaguleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult coaguleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘klonters vormen’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Woordfamilie van coaguleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
coaguleer gebiedende wijs coaguleren
coaguleerde verleden tijd coaguleren
coaguleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon coaguleren
coaguleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon coaguleren
coagulere aanvoegende wijs coaguleren
coagulerend onvoltooid deelwoord coaguleren
coagulerende woordvorm coaguleren
gecoaguleerd voltooid deelwoord coaguleren
gecoaguleerde woordvorm coaguleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van coaguleren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over coaguleren

Wat is de betekenis van coaguleren?
Coaguleren is een werkwoord. De betekenis is: een proces van uitvlokking doen ondergaan. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik coaguleren?
Zo vervoeg je coaguleren zo: de tegenwoordige tijd is coaguleer, de verleden tijd is coaguleerde en het voltooid deelwoord is gecoaguleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord coaguleren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. A 1
  4. G 3
  5. U 4
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

coaguleren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. A 1
  4. G 3
  5. U 2
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

coaguleren in het kort

coaguleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van coaguleren staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort coaguleren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

coaguleren: een proces van uitvlokking doen ondergaan
Deel coaguleren — standaardnederlands.nl