civiliseren
werkwoordBetekenis
- beschaving bijbrengen
Vervoeging van civiliseren
civiliserenhele werkwoord — civiliseerdeverleden tijd enkelvoud — civiliseerdenverleden tijd meervoud — geciviliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | civiliseer | civiliseerde |
| jij | civiliseert | civiliseerde |
| hij, zij, het | civiliseert | civiliseerde |
| wij | civiliseren | civiliseerden |
| jullie | civiliseren | civiliseerden |
| zij | civiliseren | civiliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| civiliseer | gebiedende wijs |
| civiliseerde | verleden tijd |
| civilisere | aanvoegende wijs |
| civiliserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geciviliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geciviliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geciviliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geciviliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geciviliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geciviliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geciviliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geciviliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geciviliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geciviliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geciviliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geciviliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geciviliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geciviliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geciviliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geciviliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geciviliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geciviliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geciviliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geciviliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te civiliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geciviliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen civiliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geciviliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geciviliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geciviliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geciviliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geciviliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geciviliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geciviliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geciviliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geciviliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geciviliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geciviliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geciviliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geciviliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geciviliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geciviliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geciviliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geciviliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geciviliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geciviliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geciviliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geciviliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geciviliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen civiliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geciviliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geciviliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geciviliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geciviliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geciviliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geciviliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult civiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geciviliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geciviliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geciviliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse civiliser (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van civiliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| civiliseer | gebiedende wijs | civiliseren |
| civiliseerde | verleden tijd | civiliseren |
| civiliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | civiliseren |
| civiliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | civiliseren |
| civilisere | aanvoegende wijs | civiliseren |
| civiliserend | onvoltooid deelwoord | civiliseren |
| civiliserende | woordvorm | civiliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van civiliseren zijn vastgelegd.