chromeren
werkwoordBetekenis
- met een laagje chroom bedekken, verchromen
Vervoeging van chromeren
chromerenhele werkwoord — chromeerdeverleden tijd enkelvoud — chromeerdenverleden tijd meervoud — gechromeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | chromeer | chromeerde |
| jij | chromeert | chromeerde |
| hij, zij, het | chromeert | chromeerde |
| wij | chromeren | chromeerden |
| jullie | chromeren | chromeerden |
| zij | chromeren | chromeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| chromeer | gebiedende wijs |
| chromeerde | verleden tijd |
| chromere | aanvoegende wijs |
| chromerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gechromeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gechromeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gechromeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gechromeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gechromeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gechromeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gechromeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gechromeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gechromeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gechromeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gechromeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gechromeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gechromeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gechromeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gechromeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gechromeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gechromeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gechromeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gechromeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gechromeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gechromeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gechromeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gechromeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gechromeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gechromeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gechromeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gechromeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te chromeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gechromeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen chromeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gechromeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gechromeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gechromeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gechromeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gechromeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gechromeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gechromeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gechromeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gechromeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gechromeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gechromeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gechromeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gechromeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gechromeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gechromeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gechromeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gechromeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gechromeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gechromeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gechromeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gechromeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gechromeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gechromeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gechromeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gechromeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gechromeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gechromeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gechromeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen chromeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gechromeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gechromeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gechromeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gechromeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gechromeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gechromeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult chromeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gechromeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gechromeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gechromeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse chromer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van chromeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chromeer | gebiedende wijs | chromeren |
| chromeerde | verleden tijd | chromeren |
| chromeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | chromeren |
| chromeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | chromeren |
| chromere | aanvoegende wijs | chromeren |
| chromerend | onvoltooid deelwoord | chromeren |
| chromerende | woordvorm | chromeren |
| gechromeerd | voltooid deelwoord | chromeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chromeren zijn vastgelegd.