chloroformeren
werkwoordBetekenis
- gevoelloos maken met chloroform
Vervoeging van chloroformeren
chloroformerenhele werkwoord — chloroformeerdeverleden tijd enkelvoud — chloroformeerdenverleden tijd meervoud — gechloroformeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | chloroformeer | chloroformeerde |
| jij | chloroformeert | chloroformeerde |
| hij, zij, het | chloroformeert | chloroformeerde |
| wij | chloroformeren | chloroformeerden |
| jullie | chloroformeren | chloroformeerden |
| zij | chloroformeren | chloroformeerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| chloroformeer | gebiedende wijs |
| chloroformeerde | verleden tijd |
| chloroformere | aanvoegende wijs |
| chloroformerend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gechloroformeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gechloroformeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gechloroformeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gechloroformeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gechloroformeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gechloroformeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gechloroformeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gechloroformeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gechloroformeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gechloroformeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gechloroformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gechloroformeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gechloroformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gechloroformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gechloroformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gechloroformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gechloroformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gechloroformeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te chloroformeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gechloroformeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen chloroformeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gechloroformeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gechloroformeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gechloroformeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gechloroformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gechloroformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gechloroformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gechloroformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gechloroformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gechloroformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gechloroformeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen chloroformeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gechloroformeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gechloroformeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gechloroformeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult chloroformeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gechloroformeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse chloroformer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van chloroformeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chloroformeer | gebiedende wijs | chloroformeren |
| chloroformeerde | verleden tijd | chloroformeren |
| chloroformeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | chloroformeren |
| chloroformeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | chloroformeren |
| chloroformere | aanvoegende wijs | chloroformeren |
| chloroformerend | onvoltooid deelwoord | chloroformeren |
| chloroformerende | woordvorm | chloroformeren |
| gechloroformeerd | voltooid deelwoord | chloroformeren |
| gechloroformeerde | woordvorm | chloroformeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chloroformeren zijn vastgelegd.