champagne
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord /ʃɑmˈpɑɲə/Betekenis
- een witte of rosé schuimwijn uit de champagnestreek in Frankrijk, die in het bijzonder bij feestelijke aangelegenheden wordt geschonken
- champagnekleurig, helder goudbruin
- mousserende drank
- champagnekleurig
Hoe spreek je champagne uit?
/ʃɑmˈpɑnjə/
Champagne bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʃ | sjaal |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| p | pak |
| n | nek |
| j | ja |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| champagnes | meervoud |
| champagnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| champagnetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schuimende wijnsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1745
Woordfamilie van champagne
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| champagnes | meervoud | champagne |
| champagnetje | verkleinwoord | champagne |
| champagnetjes | verkleinwoord meervoud | champagne |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van champagne zijn vastgelegd.