paardenkastanje
zelfstandig naamwoord ˈpardə(n)kɑsˌtɑɲəBetekenis
- bladrijke boom.
- vrucht van de paardenkastanje, wel gebruikt als veevoer.
Hoe spreek je paardenkastanje uit?
/ˈpardənkɑsˌtɑnjə/
Paardenkastanje bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| a | maan |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor bomen uit het geslacht Aesculus met ruim twintig soorten loofbomen De paardenkastanjes komen op het noordelijk halfrond voor, voornamelijk in Noord-Amerika, Zuidoost-Europa (Albanië en Griekenland), de Himalaya, China en Japan. De paardenkastanje is een kensoort voor het onderverbond Ulmenion carpinifoliae van het verbond van els en gewone vogelkers (Alno-padion)
- vrucht van een loofboom uit het geslacht Aesculus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paardekastanje | |
| paardenkastanjes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van paard zn en kastanje zn met het invoegsel -en- , omdat de voor mensen oneetbare vrucht wel werd gebruikt als veevoer
Woordfamilie van paardenkastanje
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paardekastanje | feminine, masculine | paardenkastanje |
| paardenkastanjes | meervoud | paardenkastanje |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paardenkastanje zijn vastgelegd.