Naar de inhoud

chambreren

het op kamertemperatuur laten komen van (met name rode) wijn

chambreren

werkwoord

Betekenis

  1. het op kamertemperatuur laten komen van (met name rode) wijn
  2. het op kamertemperatuur komen van (met name rode) wijn

Vervoeging van chambreren

chambrerenhele werkwoord — chambreerdeverleden tijd enkelvoud — chambreerdenverleden tijd meervoud — gechambreerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik chambreer chambreerde
jij chambreert chambreerde
hij, zij, het chambreert chambreerde
wij chambreren chambreerden
jullie chambreren chambreerden
zij chambreren chambreerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
chambreer gebiedende wijs
chambreerde verleden tijd
chambrere aanvoegende wijs
chambrerend onvoltooid, deelwoord
er is gechambreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gechambreerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gechambreerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gechambreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gechambreerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gechambreerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gechambreerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gechambreerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gechambreerd verleden tijd, deelwoord
gechambreerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gechambreerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gechambreerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gechambreerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gechambreerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gechambreerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gechambreerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gechambreerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gechambreerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gechambreerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gechambreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gechambreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gechambreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gechambreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gechambreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gechambreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gechambreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gechambreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te chambreren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gechambreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen chambreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gechambreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gechambreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gechambreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gechambreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gechambreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gechambreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gechambreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gechambreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal chambreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal chambreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal chambreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gechambreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gechambreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gechambreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gechambreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gechambreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gechambreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou chambreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou chambreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou chambreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gechambreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gechambreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gechambreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gechambreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gechambreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gechambreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden chambreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden chambreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden chambreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gechambreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gechambreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gechambreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gechambreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gechambreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gechambreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt chambreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gechambreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gechambreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen chambreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen chambreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen chambreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen chambreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gechambreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gechambreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gechambreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gechambreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gechambreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gechambreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult chambreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gechambreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gechambreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gechambreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wijn op kamertemperatuur brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1912

Woordfamilie van chambreren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
chambreer gebiedende wijs chambreren
chambreerde verleden tijd chambreren
chambreerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon chambreren
chambreert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon chambreren
chambrere aanvoegende wijs chambreren
chambrerend onvoltooid deelwoord chambreren
chambrerende woordvorm chambreren
gechambreerd voltooid deelwoord chambreren
gechambreerde woordvorm chambreren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chambreren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over chambreren

Wat is de betekenis van chambreren?
Chambreren is een werkwoord. De betekenis is: het op kamertemperatuur laten komen van (met name rode) wijn. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik chambreren?
Zo vervoeg je chambreren zo: de tegenwoordige tijd is chambreer, de verleden tijd is chambreerde en het voltooid deelwoord is gechambreerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord chambreren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. H 4
  3. A 1
  4. M 3
  5. B 3
  6. R 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

chambreren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. H 4
  3. A 1
  4. M 3
  5. B 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

chambreren in het kort

chambreren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van chambreren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort chambreren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

chambreren: het op kamertemperatuur laten komen van (met name rode) wijn
Deel chambreren — standaardnederlands.nl